Column: Politieke Borrelpraat 308
19 Jun 2016, 22:34
foto
Een deel van de dossiers van het 8 december strafproces.


“Zo jongens, we hebben nu een constitutionele crisis.”
“Soortoe ‘we hebben’? Neks ‘we hebben’, maar: ‘hij is’.
“Soortoe ‘hij is of wij hebben.’ Wíj zijn die constitutionele crisis.”
“Zo, nog mooier. Hoor iets hier.”
“Maar wat is die constatutianale of die weet-ik-veel-crisis nou eigenlijk?”
“Helpen jullie Jules een beetje; momenteel gaat z’n verstandelijk vermogen niet verder dan het percentage alcohol in z’n glas.”
“Jules, kijk, luister, zoals we in SU zeggen, want zonder te kijken kan je niet luisteren, ja toch?”
“Maar zonder te luisteren kan je wel kijken.”
“Dat doet een deel van onze medeburgers al jaren. Maar goed, gezegend zijn de onwetenden van geest; zij wandelen onbevangen en zonder vrees door het mijnenveld, totdat…...”
“Leg uit, meester Legwalesa, wat is die constitutionele crisis?”
“De rechters, verenigd in de Krijgsraad, hebben de schorsing van de vervolging van 21 verdachten opgeheven, want tijdens de rechtszaak tegen hen was in 2012 gauw-gauw een vrijpleitwet via DNA goedgekeurd. De Krijgsraad wilde deze vrijpleitwet, oftewel een verruimde amnestiewet, eerst toetsen bij het Constitutioneel Hof. Om dat mogelijk te maken, werd de rechtszaak tegen die 21 verdachten voorlopig gestopt.”
“Terecht, zo gaat dat toe in een geordende rechtspraak. Ik zie dus nog steeds die crisis niet in.”
“Nou, na vier jaren wachten heeft de Krijgsraad gezegd: ik ga door met die rechtszaak, want ik kan niet ten eeuwigen dage wachten op dat Constitutioneel Hof dat zo te zien maar niet wordt ingesteld. Bij tussentijds vonnis hef ik die voorlopige stopzetting van die rechtszaak tegen die 21 verdachten op en gaan we door waar we vier jaren geleden gestopt waren.”
“Tja, te begrijpen. Heel normaal, maar ik zie nog steeds die crisis niet.”
“Ik ook niet, maar dat komt misschien omdat we niet horen bij die 21 verdachten in dat moordproces.”
“Waaronder de zittende president. Maar hij is toch onschendbaar?”
“Voor zaken tijdens zijn presidentschap begaan.”
“Dus hij kan veroordeeld worden?”
“Jawel, en dan zijn er nog allerlei mogelijkheden zoals Hoger Beroep enzo.”
“En als hij daarna toch moet gaan zitten, is er wel een crisis, want dan kan hij z’n ambt niet meer uitoefenen.”
“Neks no crisis, want dan neemt de VeePee over.”
“Dan begrijp ik die hele ophef niet.”
“Ik wel: 21 verdachten voelen nu ernstige nattigheid en proberen met allerlei misbaar en ophef en opjutterij delen van de bevolking achter zich te krijgen.”
“Komt ervan als we sinds de onafhankelijkheid doelbewust hebben nagelaten om het Constitutionele Hof in te stellen.”
“Ach nee, waarom je tijd verliezen aan zo een wetsding? Onze politieke leiders hadden meer tijd om de ontwikkelingsgelden en de schatkist tot onder de bodem leeg te plunderen.”
“Meester, hoe komt u aan al deze kennis?”
“Gewoon lezen, m’n jonge zuiplapvriend. Heb je dat artikel van meester Sewcharan niet gelezen? Zonder juridische grootwoorden en langzinnen legt hij haarfijn uit hoe de vork in de steel zit.”
“Ja, ik zag dat artikel op Sternews, ik heb het gedownload, maar ik vond het te lang.”
“Daarom ga je dom blijven als je alleen maar korte artikelen, zoals dat gekijf op Feesboek, leest. En dat komt omdat vele van jullie les hebben gehad van leerkrachten die zelf niet van lezen hielden, die meer tijd voor hun mobieltje hadden en die jullie niet hebben leren denken in taal, maar alleen maar hebben leren napraten en uit het hoofd leren. De goede leerkrachten natuurlijk uitgezonderd, maar die worden steeds minder in aantal.”
“Dat we niet leren denken in taal? Kunt u daarvan een voorbeeld geven?”
“Luister dan goed naar de opdracht die ik je zo meteen zal geven.”
“Welke opdracht?”
“Luister eerst, koebel: ‘Indien de som van vijf en drie groter is dan hun verschil, schrijf dan de een voor laatste klinker van de hoofdstad van Suriname op.’ Wat schrijf je wel of niet op?”
“……….”
“Eeeh, wij doen mee; kan je dat herhalen?”
“Echt niet. Ik had jullie al gezegd: luister goed.”
“……..”
“Mijn antwoord is: Bee Es, jawel: B.S.”
“Praat nooit iemand na. Je weet niet wat die bedoelde met Bee Es.”
“Jawel: Bruine Sonen.”
“Je schrijft een ‘i’ op.”
“Goed zo, jij bent geslaagd. De rest kan zich aansluiten bij een politieke partij om te gaan ja-knikken en ja-juichen met hun voorzitter.”
“Nou, niet bij mijn DU-partij. Bij ons heerst echte democratie. Zie hoe na de kritiek van onze Rikky Stootgraag de kernen nieuwe bestuursverkiezingen hebben afgedwongen.”
“Ja, mooi. En waarschijnlijk komen er drie lijsten; de Doestrijd om de macht breekt los.”
“Wel, zien jullie met je democratie waartoe dat leidt? Wij van de olifantjes lossen dat anders op: er komt één consensuslijst met een vijftigtal bestuursleden, vele ondervoorzitters, vele vrouwen, maar nog steeds de godallemachtigste voorzitter aan top, dus de eenheid binnen de partij blijft, onze Barka Chan Santaki blijft bij acclamatie de onbetwiste leider. Geen gedonder met allerlei splintergroepjes, opstandige kalakaskowtoes en te mondige vrouwtjes.”
“Nou, maar de ontevredenheid binnen de Oranje-geledingen is wel duidelijk merkbaar.”
“Ach, dat heb je in elk gezin, in elke familie, in elk bedrijf, maar papa moet het stuur goed vasthouden, zeggen aan mama: ‘Tjoep, beti, anders….’ en papa’s onsbelang oranjebus hobbelt rustig voort ‘on the road from Bombay to Goa’, al zingend: Djai, djai djai, Haati mera saati.”
“En geen van onze DNA-leden gaat zijn vriend, de Derfensieminister, drie militairen vragen om een dieftige aannemer onder druk te zetten.”
“Ik luister niet naar deze beledigende woorden en insinuaties van een zuiplap. Jij bent gewoon jaloers op onze hechte eenheid.”
“Net zoals die jongeman die bij Curtis’groupa on Spanhoek zong: ‘Bouta, joe moe gwe-gwe-gwe-gwe-gwe, joe mek’a volk de-de-de-de-de, pe a moni de-de-de-de-de.’ Schitterend vond ik dat. Ik heb het als ringtone gedownload.”
“Nog eentje die door de alcohol vreemde dingen doet. Wie gaat dat gekwijl nou als ringtone nemen? Gunst mang, ik schaam me voor jou.”
“Maar je Baas heeft gesproken met politieke oppositiepartijen en met de overige twee staatsmachten, dus er is werkelijk een constatutjanale crisis.”
“Als je dat woord niet kan uitspreken, forceer je niet; zeg gewoon die ‘c-crisis’ of ‘a crisis-sani.”
“En wat was dan het tastbare resultaat van al die gesprekken, volgens jou?”
“Het was: ‘we praten met een ieder, luisteren maar horen niet en doen eindstand toch wat wij, de eigenzinnigen, willen.”
“Is dit soms die c-crisis?”
“Nee, dit is die m-crisis, die mentale crisis.”
“Dan hebben we ook nog die f-crisis, die financiёle crisis.”
“En waar laat je de h-crisis die mij oranje voorzitter in de nabije toekomst ziet opdoemen? Daar richt hij liever z’n aandacht op.”
“Welke h-crisis ziet je voorzitter?”
“De ‘humanitaire crisis’, namelijk de verarming, de hongerlijding, de schoollijding, de vervoerslijding, de koerslijding, de prijslijding, de partijlijding, de alles-lijding volgens mij.”
“Maar het is toch wel erg, he? Via een heffing op materiaalkosten wordt een verkapte vorm van schoolgeld ingevoerd, dat kan toch niet?”
“Ik zeg: men had uit populisme dat schoolgeld nooit moeten afschaffen, want dan ga je het uit de algemene belastingspot moeten subsidiёren, dus dan moeten zelfs gepensioneerden belasting betalen op hun pensioen om schoolgeld te helpen betalen. Dat kan toch ook niet?”
“Ben ik eens; laat al die vlotte kinderenverwekkers zelf opdraaien voor de zorg van het verwekte; en er zijn genoeg voorbehoedsmiddelen om te voorkomen dat er verwekt wordt.”
“Ik hoorde iemand op de radio zeggen dat de meisjes van tegenwoordig veel te snel hun broekje zakken.”
“En zei hij niets over de jongens die te snel hun broek laten zwellen? Moeten jongens ook niet leren zich in te houden?”
“Maar die meisjes geven ook aanleiding; kijk hoe velen gekleed gaan, alles puilt er overal uit.”
“En ze denken vaak nog steeds dat, als ze zich laten bezwangeren door zo’n vlotte verleider, zij hem aan zich zullen binden.”
“En nu moeten schoolkinderen die met de schoolbus of -boot vervoerd willen worden, ook een eigen bijdrage betalen.”
“Vind ik ook heel terecht. Bijna al die kinderen hebben cellulair met beltegoed, maar er is geen geld om bij te dragen voor het schoolvervoer.”
“Ik adviseer vooral de sociaal zwakkere schoolkinderen om vanaf nu ernstig te gaan sparen, extra werkjes aan te nemen, vakantiejobs te doen, zodat ze mede uit eigen opbrengsten op 1 oktober aanstaande hun VIM kunnen dekken.”
“VIM? Wat voor idioots heb je nu weer bedacht?”
“Dat is: Vervoersbijdrage, Inschrijfgeld en Materiaalkosten.”
“Dat helpt beter dan dat geklaag en op toeters geblaas en met volgekladde borden zwaaien.”
“Maar ik vind het goed dat Curtis & Co stug blijft voortgaan met protesteren, al is het met maar twintig man en vrouw. Ze moeten druk blijven uitoefenen. Ze maken historie net als die ‘Dwaze Moeders van het Plaza de Mayo’ in Buenos Aires.”
“Wat voor onafhankelijkheid kent een land, als zijn bewoners grotendeels op overheidssubsidies leven?”
“Dat merken vooral de sociaal zwakkeren nu in Venezuela.”
“Leer de arme zelf te vissen in plaats van hem elke dag een vis te geven.”
“En bet your life, de bus tarieven zullen ook stijgen; die overheid zal ook die niet meer subsidiёren.”
“Maar er staan grote belangen op het spel.”
“Ja, voor mensen die aan de macht willen komen of die niet van de macht willen wijken.”
“Volgens mij ook. Daarom moeten wij ons zo min als mogelijk storen aan geen van beide kampen.”
“Ai, zoals die man en vrouw die elkaar om Bouta in de haren vlogen.”
“En ik luister vooral niet naar die ophits van naar Holland gevluchte figuren, die vanuit hun comfortzone aldaar allerlei splijtzwammen tussen ons werpen.”
“Alsof ze niet kunnen zien dat wij het hier hoe dan ook met elkaar uitzingen. Zij hebben het toch zo goed daar? Wel, da meki den lieb’unu dyaso met rust.”
“Zeg ik ook. Laten wij ons niet weer eens door sluwe krachten laten opzwepen om voor hen de kastanjes uit het vuur te halen; laat ze maar zelf met elkaar ergens achter Zanderij in de savanne gaan bakkeleien en traangas naar elkaar gooien en rubberen kogels op elkaar afschieten. Mij daar niet gezien.”
“Ja, daarvoor wil ik op deze Vaderdag wel een rondje geven. Leve de vaders die hun gezin voorrang boven alles geven en niet dokken voor hun verantwoordelijkheden jegens hun eigen kinderen of zelfs jegens hun pleegkinderen.”
“Daar sta ik ook achter.”
“En we zijn geen zuiplappen; we drinken aan het eind van de week een beetje. En we slaan onze vrouw niet, zeker niet om een politieke reden. Proost.”

Rappa
Advertenties