Column: Het Lalla Rookh Museum
06 Jun 2016, 10:57
foto


Gisteren is het Lalla Rookh Museum geopend. Ik ben enorm trots op Farid Ketwaru en zijn team van de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI), die dit project hebben gerealiseerd. Ik werk al heel lang samen met de NSHI en heb prettige ervaringen met het teamleden. Ik heb van dichtbij mogen meemaken hoe zij een gigantisch cultureel project als dit museum tot stand hebben gebracht.

Het begint met een twee woorden: toewijding en visie. Farid is iemand met een grote toewijding aan de zaak waar hij voor staat. Al jaren trekt hij de kar met een enorme discipline. Hij heeft ook een duidelijke visie voor de toekomst. Het is begonnen in 2002. Leden en oud-leden van de Hindostaanse jongerenorganisatie Nauyuga hebben plaatsgenomen in het bestuur van Lalla Rookh. Daar hebben ze de volgende visie ontwikkeld. De renovatie van het vervallen Lalla Rook complex moet plaatsvinden in drie fasen. In de eerste fase moet aan de linkerzijde van het complex aan kantoor komen voor een staf, een terras voor huwelijken, verjaardagen en andere feesten en een multifunctionele zaal voor vergaderingen, bijeenkomsten en congressen. Hiermee zullen inkomsten worden gegenereerd voor de tweede fase, de ontwikkeling van het rechterdeel van het complex. Daar komen businessunits voor bedrijven, een grote multifunctionele zaal voor vergaderingen, workshops en congressen, een bestuurs- en vergaderruimte voor de jongerenorganisatie Nauyuga en een museum. Het museum heeft een begane grond waar de geschiedenis van Hindostanen wordt uitgebeeld. Op de eerste verdieping komt een kids knowledge center voor jonge kinderen. De derde fase is de renovatie van het vervallen theater.

De basis van deze visie was het concept van vertrouwen op eigen kunnen. Vanaf het begin was duidelijk dat de NSHI niet zou gaan klagen en bedelen bij de overheid, maar een beroep zou doen op de eigen gemeenschap. In zijn speech van gisteren zei Farid: “Ons motto was en is: ‘Laten je daden voor je spreken. Niet hoog van de daken schreeuwen wat je van plan bent en vervolgens niets presteren!’ Op 22 juni 2002 ging de bouwcommissie met een sloopploeg van 5 van start. Wij hadden geen geld, letterlijk geen rooie cent. De afspraak tussen mij en voorzitter Lala was, dat als we er niet in slagen in de eerste week om genoeg gelden te verzamelen dan zouden wij uit de schamele middelen van de NSHI aan het eind van de week de arbeiders betalen en het werk stopzetten. Wij hebben vanaf 22 juni 2002 tot aan 4 juni 2003 aan één stuk door gewerkt en op 5 juni 2003 de linkervleugel in gebruik genomen.”
Met de linkervleugel was de basis gelegd voor de verdere uitbouw. Nu konden inkomsten worden gegenereerd uit de verhuur van het terras voor huwelijken en feesten en de verhuur van de multi-functionele ruimte. Daardoor kun je een staf in dienst nemen die dit alles moet beheren en nog geld overhouden om te investeren in de ontwikkeling van het complex in de tweede fase.

Farid vertelt daarover in zijn speech: “In juni 2006 werd de eerste steen gelegd voor de renovatie van gebouw 2. Ook nu weer werd dezelfde strategie gevolgd: niet praten, maar doen, dus zijn wij begonnen. Al vroeg hebben wij met de Jongeren Vereinging Nauyuga een samenwerkingsovereenkomst kunnen sluiten welke resulteerde in een financiële injectie in gebouw 2 door Nauyuga waarmee de kapconstruktie kon worden betaald in ruil voor langdurige afspraken voor gratis gebruik van NSHI faciliteiten. Vanwege de enorme dimensies van dit gebouw (1200 m2 begane grond en 220 m2 boven) was het financieel en technisch een enorme uitdaging en geen gemakkelijke opgave.”
In 2012 werd het gebouw opgeleverd en daarmee ook de huisvesting voor het museum. Tijdens mijn regelmatige bezoeken aan Suriname ben ik steeds getuige geweest van de vooruitgang. Sindsdien ben ik betrokken geweest bij de besprekingen voor de inrichting van het museum. Op 1 maart 2014 had ik een brainstormsessie geleid met het bestuur van NSHI dat heeft geresulteerd in “een plan van aanpak t.b.v. het Lalla Rookh Museum”. Ik vroeg mijn goede vriend Stephen Small, hoogleraar aan de University of California Berkeley, of hij NSHI kon adviseren. Stephen is gastcurator geweest van de Atlantic Slave Trade Gallery, die later omgevormd is tot het International Slavery Museum in Liverpool. Hij doet onderzoek musea in de VS over slavernij en heeft honderden musea bezocht. Hij schrijft er een boek over.

Stephen heeft NSHI een handleiding gegeven over hoe je een museum inricht en was bereid om zijn expertise gratis beschikbaar te stellen. In juni 2014 was hij met mij in Suriname en heeft een uitgebreide werksessie gehad met het NSHI bestuur.
Ik heb het eindresultaat nog niet gezien. Ik hoop eind juni in Suriname te zijn om het museum te bezoeken.

Het verhaal van de totstandkoming van het museum is het verhaal van identiteit in een multiculturele samenleving gekoppeld aan het verhaal over vertrouwen in eigen kunnen. Het is een voorbeeld voor iedereen in Suriname die iets wil realiseren op het gebied van cultuur en identiteit.

Sandew Hira
Advertenties