Column: Politieke Borrelpraat 306
05 Jun 2016, 21:32
foto
Het 'Baba en Mai' monument in Kolkata, India van waar de voorouders van de Hindostanen vertrokken.


“He Kries, gefeliciteerd, jullie zijn hier al 143 jaar.”
“Ja, ja, hiep-hiep-hoeraah, en hoe groot gaan Kries and the Bhaiwahs worden?”
“Zooow groot, blaas alle 143 kaarsjes uit.”
“Nee, niet doen, met dat alcoholpromillage in je adem ga je een steekvlam boven die taart krijgen.”
“Ja, spotten jullie maar met ons, maar jullie hebben meer bloed in je alcohol dan alcohol in je bloed.”
“Maar laten we eerlijk zijn; Kries en sem groep hebben zich in alle sectoren van die samenleving goed opgewerkt, ingewerkt, tussen gewerkt en verwerkt en ze zijn niet moe; ze werken ijverig en rustig door.”
“Ik zeg: als alle mensen die op Kries lijken één doordeweekse dag thuis zouden blijven slapen, zou het land die dag tot stilstand komen.”
“Ja, maar politiek-wise zijn jullie nog een beetje te veel in dat etnische hokje gebleven.”
“Correctie, je zegt onware dingen. Niet lang terug is er een onderzoek gedaan naar de integratie van onze etnische groepen in verschillende politieke partijen. Weten jullie wat de uitkomst was?”
“Dat de Hindostanen de grootste etnische groep waren?”
“Nee mang, dat was het resultaat van een ander onderzoek. Uit dat onderzoek wat ik bedoel bleek, dat den kuliman f’mie de meest politiek geïntegreerde groep in Suriname waren en nog steeds zijn.”
“A no kang! Wat voor onderzoek was dat dan? Zeker sterk gekleurd, zoals bepaalde rechterlijke en juridische uitspraken in dat oeverloos gefrommel, gestommel en gekrommel rond dat terugroepding van die twee gekozen DNA-leden.”
“Wan f’ding meester San tak’a san. A san n’a: het vonnis is al uitgevoerd.”
“Ik hou me al lang niet meer bezig met dat onverkwikkelijk gedoe. Ergens zit er een manco in die wet, of een eenzijdige onduidelijkheid, net zo als in dat auteursrechtending met SASUR; ook zo een wanstaltig vreemd, onduidelijk, gekleurd en dubbelzinnig wetsding.”
“Maar wacht even; wordt de SRS met voetbalveldje nou geveild of niet om SASUR te betalen?”
“Beste zuipvrienden, even, even, een punt van orde. We dwalen weer eens alcoholisch af, we hadden het over de integratie van de Hindostanen in de Surinaamse politiek.”
“Ja, ja, maar wacht, Kries, ter ere van 143 jaar aankomst van Lalla Rookh en de vooruitgang van de nazaten dankzij de mogelijkheden en de vrijheden die ze hier hadden, sponsor jij nu een rondje ‘black’ on the rocks.”
“Ja, graag. Maar dan laat ik dit schaaltje rondgaan waarop jullie je bijdrage mogen deponeren. Wij zijn in vier, nu vijf generaties niet vooruit gekomen door maar rondjes te geven.”
“Dat klopt: zuinigheid, spaarzaamheid, tot zelfs bij sommigen gierigheid, krenterigheid en inhaligheid zijn jullie sterke kanten daarbij geweest.”
“Begrijp je nu waarom anderen die hier al veel langer wonen ergens zijn blijven steken, dankzij hun verspilzucht, die smijt-maar-raak-met-dat-sjente-mentaliteit en dat werken wanneer ze moe zijn van moe zijn en moe zijn als ze aan het werk moeten?”
“Daarom zijn juist vele van die figuren o zo bang voor het IMF en hun strenge controle en doorbreking van al die stomme oude wetten die ons achterhouden in onze ontwikkeling, omdat parasietfiguren daar voordeel aan hebben.”
“Ja, opeens is het IMF dat alle verouderde dingen in dit land zal gaan veranderen.”
“Ik wil wel duidelijk zeggen dat we ons niet moeten blindstaren op de groep binnen mijn 143-jarige groep die bulkt van de luxe in grote, pronkerige huizen met een half dozijn asjobak-wagens onder het huis en op het erf geparkeerd.”
“Beste Kries, wat bedoel je? Waarom mogen we ons niet blindstaren op die groep? Alle Hindostanen zijn toch rijk en bulken van het geld?”
“Rijd met je pickupfourwheeldrive in de zijwegen van de zijwegen in Saramacca en Nickerie, dan ga je arme Hindostanen zien, maar ze werken keihard, investeren in hun kinderen en komen uit de modder, al drinken sommigen daarbij een beetje teveel alcohol.”
“Maar daarom zijn ze vaak het doelwit van criminelen van een bepaalde etnische afkomst.”
“He, jonge moksi-man in ons midden, let op je woorden en je bedekte insinuaties naar een bepaalde, ook respectabele groep in onze samenleving.”
“Sorry beste Ron, ik bedoelde echt niet de groep waarop jij lijkt, hoewel, ben je eens met wat die Aa-Bee-figuur die op jou lijkt daar laatst in het Flamboyantpark stond rond te bazuinen? Over: ‘un moe go meki ptieng, tek drie vrouw baka, en als ‘we’ weer aan de macht komen, dan un kan bai wagi en kan go poti ‘wave’ omeni un wani, of dingen in die geest.”
“Hé Jules, alsjeblieft; vereenzelvig mij niet met die figuur. Ik ben schoolgegaan, ben vanuit mijn dorp naar de stad gekomen om verder te studeren, heb jarenlang in het internaat aan de Coppena Lachmonstraat gewoond en heb met keihard studeren, hosselen om m’n studie te betalen mijn positie verworven, dan ga je me toch niet vergelijken met zo een figuur die de domme massa binnen mijn groep wil misbruiken met eigenbelangpraatjes en waardeloos gebral?”
“Kom in mijn armen, broeder, djiem wan brasa, godzijdank is er tenminste eentje bij wie het licht is doorgebroken.”
“Jullie weten het misschien niet, maar binnen mijn marrongroep zijn er duizenden als ik, mannen en vooral ook jongere vrouwen, die niets moeten hebben van dat primitief politiek geschreeuw en die het absoluut niet eens zijn met dat drie vrouwen nemen en maar kinderen maken die maar door die vrouwen moeten worden verzorgd.”
“Maar waarom laten ze hun stem dan niet horen?”
“Omdat ze niet door de groep gebrandmerkt willen worden als verraders en niet het gevaar willen lopen om verstoten te worden. Dat speelt toch ook bij andere groepen, nietwaar beste Kries.”
“Zeer zeker, maar toch wees het onderzoek uit dat de Hindostanen in de politiek de meest geïntegreerde groep zijn.”
“Ik wil dat onderzoek zien, anders geloof ik dat niet.”
“Nou, ik kan het met een simpel deductievoorbeeld aantonen, maar dan zal ik wel helaas etnische aanduidingen moeten gebruiken.”
“Da wat. Je gebruikt die aanduidingen toch om je betoog te verduidelijken en niet om te beledigen?”
“Zeker weten, goed, kijk, luister…..”
“En drink, maar mijn glas is leeg en dat schoteltje dat je liet rondgaan ook. Strijk nou eens na 143 jaar over je hart en laat wat geld los, man.”
“Oké, voor deze keer. Ober, een rondje black voor de heren. Goed, luisteren jullie dan. We beginnen bij onze indiaanse oftewel inheemse broeders, behalve de Amazonepartij, in welke andere partijen zijn ze geïntegreerd?”
“In de NDP enne… dan zijn ze op.”
“Goed, dan de marrons. Eens waren ze hecht aaneen in de A-Combinasie, maar politieke spijtzwammen brachten daar gauw een einde aan. In welke partijen buiten Abobbie, Sooka, Watrabergi enzo zijn ze duidelijk te vinden? In de VHP?”
“Na wijlen Jarien Gadden alias ‘ik ben op de loerrrh’, is er nooit een duidelijke marronpoot in de VHP geweest. Poot niet letterlijk opvatten natuurlijk.”
“In de NDP zit er wel een behoorlijke groep.”
“Maar die zijn van die schor-schreeuw-dans-tapa-podium pastor Misi Klari. De christelijke marronpoot dus, niet die originele van Yellow-Lonnieman en A-Bee.”
“Goed, de broeders die op onze Sjaak hier lijken, de Javanen. Zijn die in allerlei niet-Javaanse partijen geïntegreerd?”
“Op een paar loslopers na, zitten ze allemaal in Kroepoekclubjes. Ik zie geen sterke Jampa-poot in de VHP, in de NPS, in de marronpartijen, behalve dan de bosj-Javanen van blaka-wiri-Paul.”
“Wattebout dan de creolen, of mag ik durven zeggen: de negers? Die zitten toch in alle politieke partijen?”
“Ja, hallo, echt niet waar! In de NDP, jawel, daar is het gros vanuit Grun Dyari naartoe gegaan. Maar zie jij een sterke creoolse poot in de VHP? In Perjaya-die-Loert en in Pendawa? In Abop en de rest daar? Echt niet. In de NPS en in de NDP alleen.”
“Wachte, dan nu begin ik die animositeit tussen deze twee partijen te begrijpen.”
“Even, als iets jongere zuiplap in jullie midden, wat is animositeit?”
“Meester, tak nanga jong-boi dyaso.”
“Hij heeft alle recht wat te leren van ons ouderen. Animositeit heeft heel wat betekenissen; ik ga je ze in volgorde van sterkte noemen: vijandschap, vijandigheid, haat, wrok, afgunst, onderlinge wedijver en geprikkelde stemming.”
“Dank u meester; kennis zal altijd overwinnen van domheid.”
“Daarom mi lob’a uitspraak van de vorige week: ‘Sommige mensen maken gewoon misbruik van het feit dat ze onvoorstelbaar stom zijn.”
“Hij is nu in Cuba, voor een of andere top.”
“Dat is die camouflage. Tussen de top door bepaalde business e taki.”
“Maar wat is de uitspraak van deze week?”
“Een bepaalde groep Surinamers klampt zich vast aan de zekerheid van de stilstand en schuwt de onzekerheid van de vooruitgang.”
“Goeie quote, maar intussen maakt de energieminister Son of Dot bekend dat de stroomprijs enkele dollarcenten lager kan.”
“Ja, nadat Edmund tussen Neus en lippen door exact had aangetoond hoe die overheid van ons de stroom van de stuwdam goedkoop koopt en duur aan de EBS doorverkoopt.”
“En aan het eind van die veel te hoge energieprijs wordt dan een subsidie gegeven, waar vooral de grootste stroomverbruikers het meest van profiteerden. Ongerijmder kan het niet.”
“En door die noodgedwongen IMF-deal is dit min of meer boven water gekomen.”
“En nu komen ook een hoop verouderde belastingwetten boven water, zo horen we van de belasting-hoofdman dobru-Wee.”
“Mijn hemel, straks gaan we dus ook meer belasting moeten betalen.”
“Ja, ga je ook uitgillen: ‘over my dead body’, zoals die oud-voorzitter tevens ex-VeePee van je toentertijd in DNA deed?”
“Zeur niet man, ik ga ook mee protesteren: ‘weg met IMF.”
“Ja, zodat dat geknoei met verouderde wetgeving en gesjoemel met cambio’s en zwart geld rustig door kan gaan? Nee hoor, de Kleine Indiaan heeft noodgedwongen voor onze toekomst waarschijnlijk de beste beleidsmaatregel van de afgelopen 50 jaar genomen. Neks no fout!”
“No mang, dat kan niet, is niet waar, a no kang, its impossible, das kann nicht wahr sein… en… Kries, hoe zeg je dit in het Sarnami?”
“Dat kan je vertalen als: ‘ie na hoi sake hai’. Toch erg hè? Na 143 jaar een onwrikbaar deel van deze samenleving te zijn geworden, kunnen wij jullie talen vlot lezen en schrijven en jullie kunnen behalve ek, doei, kuli-tien, paysah, baab en mai, nani, donnie en baksies geen woord Sarnami; mooier zelfs: jullie weigeren die taal te leren. Wie is er dan ook op taalgebied beter geïntegreerd?”
“Nog een rondje daarvoor, yeaaaah.”

Rappa
Advertenties