Bigi fu fowru na wiwiri
16 Sep, 12:00
dd06f04ca9d874c60307c1f7ae955880.jpg
Geldt dit ook voor de groei van de marrongemeenschap?

Het onlangs uitgebrachte census rapport van 2012 van het ABS, vertoont een sterke groei van de Marrongemeenschap. Voor velen is dit een interessante ontwikkeling, vooral op politiek gebied. Om dit beter te begrijpen is het raadzaam terug te grijpen naar het verleden.

De marrongemeenschap vormde een homogeen geheel. Het opvoeden in waarden en normen stond en staat nog steeds hoog in het vaandel bij deze groep. Het hebben van meerdere vrouwen is één van de vereisten om jouw mannelijkheid te bewijzen en wordt getolereerd. Afhankelijk van de vruchtbaarheid van beide partners kan dit leiden tot een groot gezin. Door het tekort aan onderwijs en werkgelegenheden in het achterland heeft een sterke urbanisatie naar de stad plaatsgevonden met als gevolg, beter onderwijs en een betere maatschappelijk positie voor een deel van deze groep.

De economische situatie en vooral de ontwikkelingen in de goudsector hebben ook in zekere mate invloed gehad op de marrongemeenschap. De gebeurtenissen in de dorpen Klaaskreek en Nieuw Koffiekamp hebben ons met de feiten op de neus gedrukt. Maar wat moeten wij als gemeenschap en beleidsmakers, maar vooral het traditioneel gezag hieruit leren?

Verplichting en verantwoordelijkheid
Het is best mogelijk te constateren dat vooral de ‘binnenlandse politieke partijen’ mogelijk zullen profiteren van de forse groei van de marrongemeenschap. Maar voordat het zover is, moeten wij als gemeenschap -in het bijzonder de marron- ons zelf de volgende vragen stellen:
• Zijn wij als ouders, intellectuelen en leiders in het algemeen maar in het bijzonder -van marron komaf- voldoende bewust van de verplichting en de verantwoordelijkheid die op onze schouders rusten om deze groep te begeleiden?
• Beschikken gezagdragers in het binnenland over de nodige tools om hun gezag te doen gelden, gelet op de vele misstanden en ongewenste gedragingen in het binnenland?
• Zijn er concrete plannen om de drop-outs en de sociaal zwakkeren uit deze groep op te vangen die de maatschappelijke ontwikkelingen niet kunnen bijbenen?
• Is het geen tijd om als vader en opvoeder onze verantwoordelijkheid te kennen en niet a la dol kinderen te verwekken die wij niet willen/kunnen verzorgen?
• Moeten wij die het beter hebben en een vooruitgeschoven positie binnen de maatschappij bekleden niet het voortouw nemen om voorlichting en training aan deze groep te geven?
• Is het geen tijd de jongeren in de goudvelden die het milieu vervuilen, prostitutie, drugs en geweld stimuleren tot orde te roepen?

Het zijn deze vragen waarop wij antwoorden moeten vinden om de groei van de marrongemeenschap in goede banen te leiden. Pas dan, kunnen wij als land maar in het bijzonder de marrongemeenschap hiervan profiteren. De tijd dringt, de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Laten wij niet letten op de kwantiteit, maar op de kwaliteit. Laat de veren ons niet groot maken dan we in werkelijkheid zijn, want bigi fu fowru na wiwiri!


Robby Amain