Column: Kwaku 2013
06 Aug 2013, 18:00
foto


De dag is nog maar net begonnen of ik heb al een paar waarschuwingen te pakken. Het begint met een splinter die zich genadeloos onder mijn linkerduimnagel nestelt nadat ik weer eens iets te enthousiast de trapleuning heb gebruikt. Dan lazert het wasrek van het balkonhek, zo de tuin in. Met schoon wasgoed wel te verstaan. Vervolgens blijkt de wc verstopt, knapt het lampje op de overloop en blijkt er geen koffie meer in huis.
Ik durf de post dan ook nauwelijks van de deurmat te rapen. En ja hoor, een brief van het Centraal Justitieel Bureau: ik heb twee weken terug de maximumsnelheid in de bebouwde kom overschreden. Met liefst drie kilometer per uur. De vordering bedraagt 46 euro.

Even later gaat mijn mobieltje. Ik onderdruk de neiging om niet op te nemen en zo eventuele nare boodschappen nog even op afstand te houden, en hoor een dame van de Openbare Bibliotheek. Ze bedient zich van een zekere overrompelingstactiek. Spreekt ze met de vader van? Ja? Nou, dat is dan niet zo mooi. Want een van mijn kinderen heeft van de week een boek in nogal beschadigde staat weer ingeleverd. Nu ziet ze zich genoodzaakt om, uiteraard op mijn kosten, een nieuw exemplaar aan te schaffen.

Ik hang op en overweeg een pauze in te lassen. Hier lijkt immers sprake van de wet van Murphy: tegenslag komt nooit alleen. Of: vandaag is dat hoekje waar het ongeluk zich schuilhoudt vermoedelijk helemaal niet zo klein als doorgaans wordt beweerd. Kan ik deze dag daarom maar beter aan me voorbij laten gaan?
Daar zit wat in. Misschien is het inderdaad verstandig om de rest van de dag binnen te blijven en bijvoorbeeld mijn boek uit te lezen. Onmogelijk: ik heb vanmiddag afgesproken op het Kwakufestival. Bovendien bedenk ik dat een mens genoeg in zijn mars heeft om die snoodaard van een Murphy te slim af te zijn. Kijk, wanneer ik de trapleuningen beter onderhoud, wasrekjes goed aan de balustrade vastmaak, de koffievoorraad bijtijds aanvul en de verkeersborden wat beter in de gaten houd, had ik mezelf een hoop klein leed bespaard.

Vandaar dat ik een kop oploskoffie drink, mij uiterst behoedzaam scheer, mijn spullen pak en op de fiets stap. Dat ik de fiets van mijn vrouw pak omdat die van mij een lekke band heeft, zie ik voor het gemak maar even door de vingers. Bij het station zoek ik - toegegeven, iets meer op mijn hoede dan anders - een parkeerplaatsje in de gigantische fietsenstalling. Je kunt nooit weten wat je boven het hoofd hangt. En verdraaid, het volgende moment klinkt een ritselend geroffel, gevolgd door een doffe klap vlak naast me. Aan mijn voeten ligt een dorre tak met een doorsnee van een centimeter of tien. De kurkdroge donkerbruine bladeren vallen op de stoep uiteen. Onwillekeurig kijk ik naar boven. De iep meet naar schatting zeker vijftien meter. Een groepje toeristen kijkt geschrokken: ‘That seemed to be a serious attack!’, roept een van hen. ‘Yes, attacked by a tak’, roept een taxichauffeur. Ik neem mijn hoed af, zucht eens diep en vervolg mijn tocht.

Shit happens, denk ik. En er is warempel wel ergere shit op de wereld. Hoewel ik niets meer tegoed heb van mijn OV-kaart, pas het vijfde oplaadpunt in werking blijkt en de metro dit weekend niet rijdt tussen Centraal en Amstel, weet ik een uur later ongeschonden het Bijlmerpark te bereiken. Daar schijnt de zon, vloeit het bier en stromen de bezoekers toe. Zeker tienduizend per dag. Vandaag en morgen gaan ze daar volgens de Kwaku-organisatie ruimschoots overheen omdat Surinamers altijd op elkaar en op het laatste moment wachten.

Ik eet een pasteitje kip, spreek een stuk of wat bekenden en minder bekenden en luister naar Djogo. Daar is geen fantasie voor nodig. Djogo is een van de acts op het hoofdpodium. Stevige reggae onder de bezielende aanvoering van Jurgen Seedorf, een van de broers van Clarence. Aan de bar raak ik verwikkeld in een dispuut over de herkomst van die andere dyogo. Terwijl de man gulzig de volgende batra laat aanrukken kan ik hem er met veel moeite van overtuigen dat de inhoud toch echt in Suriname is gebrouwen.

Op de terugweg naar de metro schiet mij de oorspronkelijke bedoeling van mijn bezoek aan Kwaku weer te binnen. Ik zou er boeken gaan verkopen. Het zijn er op de kop af drie geworden. Maar op een dag als deze vind ik dat een prestatie van formaat. Want wie gaat er nou naar Kwaku voor een boek? Het festival is bedoeld om te wandelen, te eten, te drinken, naar muziek te luisteren, voetbal te kijken, brasa’s en bosi’s uit te delen, je ogen de kost te geven en zelf gezien te worden. Volgend jaar weer. Want ik mag dan een wat ongelukkige dag achter de rug hebben, Kwaku staat vanaf deze laatste editie onder een kerngezond gesternte.

Diederik Samwel
Advertenties

Friday 23 June
Thursday 22 June
Wednesday 21 June