Column: Een tastbare herinnering
06 May, 10:00
8990a7d358a708df55b4bc3fb3f1fb9a.jpg
Op 1 juli is het 150 jaar geleden dat slavernij in Suriname werd afgeschaft. Dat wordt gevierd omdat dat het einde was van een periode van onderdrukking. Op 5 juni is het 140 jaar geleden dat een periode van onderdrukking en uitbuiting begon voor Hindostanen. Dat wordt ook gevierd. Hoe is dat mogelijk?

Om dat te begrijpen is het goed om de bijdrage die Prof. Dr. Chan Choenni geleverd heeft tijdens een geschiedenisconferentie die Maurits Hassankhan vorig jaar organiseerde te bestuderen. Daar verdedigde hij de stelling: “Ik ben blij dat de kolonisator mijn voorouders uit India hebben weggehaald, want als ze dat niet hadden gedaan, dan zou ik nu in India in armoede leven.” Op die conferentie was de Indiase historicus Kapil Kumar aanwezig die met stomme verbazing dit aanhoorde. Kumar had een verhaal gehouden over dekolonisatie van de Indiase geschiedschrijving en ging een verhitte discussie aan met Choenni.

Waar andere volkeren het einde van hun onderdrukking vieren, vieren de Hindostanen het begin van hun onderdrukking. De stelling van Choenni is de basis voor dit beleid.
Daarom is het goed om die stelling nader te analyseren.
Er zitten twee grote denkfouten in die stelling.

De eerste fout is te denken dat als twee gebeurtenissen elkaar opvolgen, er dus automatisch sprake is van een situatie van oorzaak en gevolg: de tweede gebeurtenis is een gevolg van de eerste; de eerste is de oorzaak van de tweede.
De eerste gebeurtenis is de actie van de kolonisator in de 19de eeuw: de kolonisator heeft mensen uit India naar Suriname gehaald.
De tweede gebeurtenis is de welvaart van Hindostanen in de 21ste eeuw afgezet tegen de armoede in India anno 2013.
Koppel die twee gebeurtenissen aan elkaar, dan begrijp je de vreugde die elke dag door de aderen van Prof. Dr. Choenni stroomt. Wat ben ik blij dat ik niet in die armoede in India woon! Daarom moeten we de immigratie vieren.

Laten we stelling nu wetenschappelijk analyseren. We moeten dan terug naar de basis van de wetenschap. En die zegt dat oorzaak en gevolg niet volgt uit een constatering van gebeurtenissen maar uit een analyse die de aard van het verband tussen de gebeurtenissen verklaart. Het klinkt moeilijk. Maar een voorbeeld maakt het duidelijk.
Gebeurtenis 1: Iedere zomer komen ooievaars naar Nederland.
Gebeurtenis 2: Kort daarna is er een geboortegolf.
De wetenschap volgens Choennie: “Geboorten (gebeurtenis 2) worden veroorzaakt door ooievaars (gebeurtenis 1).”
De wetenschap volgens haar basisprincipe: dat kun je alleen zeggen als je kunt verklaren HOE het proces van zwangerschap in zijn werk gaat. Gebeurtenissen geven geen verklaring. De verklaring moet liggen in de analyse van hoe zwangerschappen tot stand komen en de rol die ooievaars spelen in het proces van zwangerschap. Zoals we weten is die rol van ooievaars bij zwangerschappen volstrekt afwezig.

Als je een verband wilt leggen tussen twee gebeurtenissen dan is het niet voldoende om de volgorde te benoemen. De opdracht van Choenni is dus om uit te leggen dat het doel van de kolonisator was de levensstandaard van de Hindostanen te verbeteren en ze daarom het immigratiebeleid hebben opgezet. Maar de feiten zijn bekend en goed gedocumenteerd door o.a. historicus Radjinder Bhagwanbali. Er is een systeem van misleiding opgezet in India om mensen te lokken om onder dwang te werken op plantages in Suriname. Hij heeft dit systeem minutieus op basis van archiefbronnen gereconstrueerd. De feiten liggen er. Dus gebeurtenis 1 klopt niet eens.

Ook gebeurtenis 2 klopt niet. Niet alle Hindostanen zijn welvarend. Je hebt ook armoezaaiers, junks, depressieve mensen die zelfmoord plegen etc. Dit feit moet je wegpoetsen om de stelling te kunnen volhouden.
Niet alle Indiërs leven in armoede. Sterker nog, India is booming. In 10 jaar tijd zijn 300 miljoen mensen boven de armoedegrens getild. De Britse kolonisatie heeft India verarmd achtergelaten. De Indiërs hebben daar decennia lang last van gehad en maken nu een enorme welvaartsgroei door. De staalindustrie in Nederland is nu zelfs in handen van een Indiaas bedrijf, Tata. Je moet dus bewust de welvaart van India wegpoetsen en een achterhaald en koloniaal beeld ophouden van India om gebeurtenis 2 nog stand te kunnen houden.

De denkfout van Prof. Dr. Choenni is dat zijn stelling wetenschappelijk volstrekt niet klopt. Het is alsof de Joden Hitler zouden gaan bedanken omdat zonder Hitler (gebeurtenis 1) en geen Joodse staat (gebeurtenis 2) zou zijn geweest.

De tweede denkfout heeft te maken met mental slavery, kolonisatie van de geest. En die heeft twee dimensies.
De eerste is de dwangmatige neiging bij gekoloniseerden van geest om steeds maar de kolonisator te willen bedanken voor iets wat hij helemaal niet gedaan heeft. Degene die gezorgd heeft dat ik vandaag sta waar ik ben is niet de kolonisator die mijn voorouders heeft onderdrukt en uitgebuit. Nee, dat zijn mijn ája en áji, mijn náná en náni, mijn vader en moeder. Dat zijn de mensen die ik moet bedanken voor de vooruitgang die ik heb meegemaakt.
De tweede dimensie van mental slavery is het neerkijken op jezelf. Waarom zeg je niet: wat jammer dat ik niet in India ben geboren, anders was ik vandaag misschien wel Mahatma Gandhi of Tata geweest! Dat zeg je niet omdat je geleerd heb dat jij en je voorouders en hun nazaten in India nu nooit iets van waarde hebben gepresteerd. En ook al zijn die prestaties voor iedereen zichtbaar, je zult ze nooit zien omdat je geleerd hebt om met een negatieve blik naar jezelf en naar India te kijken.

Amar Soekhlal is voorzitter van het Sarnámihuis in Den Haag. Het Sarnámihuis heeft bedacht dat je een onderscheid moet maken in de wijze waarop je 5 juni organiseert: je viert geen immigratie, maar je herdenkt immigratie. Afro-Surinamers vieren ook geen slavernij. Ze herdenken slavernij en vieren de afschaffing daarvan. Wat je viert is Barhanti, vooruitgang. Dus stelt Amar Soekhlal in zijn speeches: we herdenken immigratie en vieren barhanti. We vieren niet de start van onderdrukking en uitbuiting. We herdenken de start ervan. En we vieren de vooruitgang die we sindsdien gemaakt hebben. We bedanken onze voorouders voor de grote offers die ze gebracht hebben en voor hun enome wilskracht.
Amar Soekhlal en ik hebben in het kader van 140 jaar Hindostaanse immigratie het volgende bedacht. We doen een oproep aan iedereen die de immigratie wil herdenken en barhanti wil vieren om bij herdenkingen en vieringen een tastbare herinnering aan onze voorouders mee te nemen. Dat kan in je kleding.

Ik ben rond die tijd in Suriname bij de presentatie van een documentaire over Janey Tetary, de inspirerende vrouw die vermoord is tijdens de opstand van Zorg en Hoop in 1884. Amar Soekhlal is in Rijswijk waar een groot evenement wordt georganiseerd. Wij gaan bij die evenementen beide gekleed in een dhoti en pagri als tastbare herinnering aan onze ája en náná. Iedereen kan zijn of haar eigen tastbare herinnering meenemen: een sieraad dragen van je voorouders, of voor vrouwen een ohrni van je náni of dádi. In die eenvoud geven we de boodschap af van een tastbare herinnering aan onze voorouders bij de herdenking van immigratie en de viering van barhanti.
En Chan Choenni? Ik stel voor dat hij met een tropenhelm komt om de kolonisator te bedanken omdat hij zijn voorouders uit India heeft gehaald.

Sandew Hira