Column: De poppenkast van De Balie
11 Feb 2013, 13:30
c361eea0d31cf4e735002c61adf2fceb.jpg
Foto: www.debalie.nl
Ik had het kunnen weten, maar je denkt toch bij jezelf: misschien heb ik gewoon vooroordelen. In december 2011 had het debatcentrum De Balie naar aanleiding van de beruchte NTR-serie De Slavernij een bijeenkomst georganiseerd over vragen als: heeft de huidige Nederlandse samenleving nog een taak/verantwoordelijkheid voor het slavernijverleden en zo ja, welke, of is het gewoon historisch een interessant fenomeen? Is het onderwerp “Slavernij” afgesloten of niet? Zo niet, wat zijn dan de verantwoordelijkheden? Heeft het onderwerp Slavernij nog praktische consequenties. Moeten de nazaten tot in de eeuwigheid als slachtoffer bestempeld worden. Komen de nazaten daardoor nooit los van de slachtofferrol?

De vraagstelling verraadt hun opvattingen. De nazaten van de slachtoffers van een misdaad tegen de menselijkheid hebben een probleem. Ze zitten vast in het verleden. Niet de nazaten van de daders hebben een probleem: zij leven in een wereld van leugens die ze gecreëerd hebben en willen dat de nazaten van de gekoloniseerden die wereld accepteren. Zij hebben een erfenis van racisme en superioriteitswaanzin waarvan ze geen afstand willen doen.
De Balie wil liever over het verleden praten en afsluiten en dan over het heden en de erfenis van een misdaad tegen de menselijkheid.

Een maand eerder hadden ze een ander debat georganiseerd dat ging over historische bronnen. Hadden de zwarte Afrikanen maar schriftelijke bronnen nagelaten over slavernij, dan hadden we nu een genuanceerd beeld kunnen schetsen? Op geen enkel moment hebben ze zich afgevraagd of het probleem niet lag in de ogen die naar de bronnen keken. Zouden de blauwe ogen van de nazaten van de misdadigers misschien heel andere dingen zien dan de nazaten van de slachtoffers. De Balie komt niet op het idee dat dit een belangrijke vraag zou kunnen zijn.
De blauwe ogen zijn niet in staat om de kettingen aan de voeten van de tot slaaf gemaakte Afrikaan te interpreteren. De blauw ogen denken: Afrikanen hebben gekke ringen, misschien zien ze kettingen ook als ornamenten. Het idee dat kettingen je vertelt dat mensen met dwang tot slaaf worden gemaakt, is voor de blauwe ogen ondenkbaar. Want ome Willen van 200 jaar geleden kan toch nooit een misdadiger zijn geweest?

Dus krijg je de redenering die gangbaar is in kringen van boeven en bandieten: het was normaal in die tijd? De misdadiger zegt: iedereen steelt, bedriegt en verkracht, dus is het normaal en OK dat wij het ook doen. Het is net alsof de Duitsers zouden zeggen: moorden gebeurt niet alleen door ons. Overal worden mensen vermoord, dus is het normaal wat we met de Joden gedaan hebben. De Joden zouden dat moeten kunnen begrijpen.

Of een andere invalshoek: het was niet verboden voor de wet om mensen te verhandelen. Dus stonden onze voorouders in hun recht. Tja, als de misdadigers wetgevers worden dan is natuurlijk geen enkele misdaad tegen de wet. Als de nazi’s in de wet vastleggen dat Joden vergast mogen worden, dan stonden ze in die redenering dus in hun recht en moeten de Joden dat accepteren. Dit is de logica van de nazaten van de misdadigers.

Er zijn twee visies op de misdaad tegen de menselijkheid: de witte visie die door professoren als Oostindie, Emmer, Den Heijer en Van Stipriaan verkondigd worden en de visie vanuit zwarte denkers en filosofen.

Toen ik een uitnodiging kreeg van De Balie om deel te nemen aan een debat, dacht ik dat het ging om een confrontatie tussen deze twee visies.
Mirthe Frese van de Balie mailde mij: “In mijn research kwam ik de volgende quote van u tegen: ‘ Een beschaafd land heeft de plicht om excuses te maken en een herstelbetalingstraject in gang te zetten als slavernij als misdaad tegen de menselijkheid wordt erkend.’ Ik zou u willen vragen voor deze avond een betoog te houden waarbij u dieper ingaat op de link tussen ‘beschaving’ en de ‘plicht’ excuses te maken.”
Ik moest me afvragen: wil ik wel zo’n debat in een club die zo vooringenomen is in de discussie dat het niet gaat om meningsvorming, maar meningssturing. Ach, dacht ik, gun ze het voordeel van de twijfel. Misschien is het oprecht. Dus zegde ik mijn medewerking toe.

Ik stuurde een bevestigingsmail met de vraag: met wie ga ik in debat en wat is het format?
Antwoord: “Het format van de avond staat nog niet geheel vast. Er zullen in ieder geval verschillende korte betogen worden gehouden en naar aanleiding van die betogen volgt het debat. Debat zowel tussen de sprekers als tussen sprekers en de zaal (het publiek). Andere sprekers die zijn benaderd zijn o.a.: Minister Plasterk, Roy Groenberg, Rob Wijnberg, Gerard Spong. De avond wordt gemodereerd door Yoeri Albrecht.”

Vervolgens hoor ik een tijdje niets en zie plotseling dat via mails en op internet een persbericht wordt verspreid dat ik deelneem aan een debat die De Balie organiseert. Mensen mailen me en vragen met wie ik in debat ga. Ik mail Frese met de vraag: “Ik zie dat al via persberichten op internet wordt gecommuniceerd dat er een debat is waar ik spreek zonder dat er nog afspraken zijn gemaakt met wie ik debatteer en wat het format is. Klopt dat?”

Haar antwoord? “Meestal zeggen sprekers toe zonder dat het format al helemaal vast ligt.” Nou, dat geldt niet voor mij dus. Ik wil graag vooraf weten met wie in ga debatteren. Het kan niet zo zijn dat het voor mij een geheim is en voor mijn tegenstander een weet.

Ze vervolgt: “Wat ik wil voorkomen is dat de avond een herhaling van zetten wordt. Het debat is al meerdere malen gevoerd en ik wil niet dat de sprekers een verhaal houden wat ze al 100 keer hebben gehouden. Mijn hoofddoel is dat zowel de pijnpunten worden blootgelegd, maar dat er vervolgens een constructief debat volgt. Ik heb u uitgenodigd vanwege u uitgesproken mening en stellinginname ten aanzien van het onderwerp, maar hoop dat u ook open staat voor een 'open' gesprek tijdens deze avond.”
Voor haar geldt: mijn wil is wet. Ze weet niet dat dit niet voor mij geldt.

Wat een arrogantie! Wat is “constructief” en “open”? Plotseling worden nu criteria aangevoerd die ik eerder gehoord heb van Oostindie en de zijnen. Het werd me duidelijk dat De Balie spijt had gekregen dat ze me had uitgenodigd en iets moest verzinnen om me uit het programma te halen. De meest integere manier is te zeggen: “Meneer Hira, bij nader inzien willen we je toch niet in het programma.” Ik zou zeggen: “No problem woman.”
De meest onintegere manier is een situatie creëren waardoor het lijkt alsof er iets mis is met mij. En dat was eenvoudig te doen: verander de opzet zowel qua inhoud als qua organisatie op zo een manier dat ik wel moet afhaken. Een bekende truc.

Dus kreeg ik een mail van Frese: “De opzet wijkt enigszins af van het eerste idee waarbij ik u had gevraagd een kort betoog te houden over de link tussen ‘beschaving’ en de ‘plicht’ excuses te maken. Het programma bestaat nu uit een inleiding van prof. Nieuwenhuis die een juridisch/filosofische verhandeling zal houden over de aansprakelijkheid van de staat. Daarop volgen twee debat/gespreksrondes.”
Ik moet dan van inleider verhuizen naar een forum waarin acht forumleden iets mogen roepen in enkele minuten. Het thema “beschaving en excuses” wordt veranderd in “juridische kwesties en aansprakelijkheid van de staat.”

Uiteraard doe ik niet mee met deze poppenkast en meldt dat aan Frese. En alsof ze dat verwacht had, schrijft ze: “Dat is spijtig. Vervelend dat de communicatie niet helder is verlopen.”
Oh, het is een communicatieprobleem geworden. Ik heb het gewoon verkeerd begrepen! Stom van me, hè.

Dit is de erfenis van het slavernijverleden: arrogantie, de angst om te praten over beschaving en over het web van leugens, en de hoop dat het gesprek dan snel voorbij is.

Ik zou het hebben over moraal, beschaving, excuses en herstelbetalingen. De Balie heeft een bedenkelijke moraal en is onbeschaafd, maar ik zal geen excuses of herstelbetalingen eisen.

Sandew Hira