“He Kries, jij bent bekend met de aannemerij. Kan je geen bredere deuren voor Raden van Commissarissen en directeuren van parastatale bedrijven maken?”
“Waarom? Wat is het probleem? Worden die mensen daar te dik om door deuren te gaan?”
“Niet direct, maar steeds lees je: die en die kunnen niet meer door één deur gaan.”
“Je bedoelt: door één deuropening.”
“Whatever, ze kunnen niet met elkaar opschieten, een van de twee moet wijken, moet dus weg.”
“Waar speelt dit? Bij de Dienst der Domeinen?”
“Nee mang, daar gaat alles door de deuropening, tot zelfs vervalste en dan netjes gecopieerde grondpapieren.”
“En niemand kan daar wat aan doen?”
“Natuurlijk niet, omdat ‘niemand’ daar meeknoeit.”
“Net als met die Aziboeba-fraude bij de douane: zijn de knoeiers ooit berecht?”
“Nee, maar tijdens het intern onderzoek werd er wel een granaat naar het huis van de kommies die het onderzoek leidde, gegooid.”
“Je zegt het verkeerd: ‘...kwam het huis van die douanetopper tegen een toevallig in de lucht zwevende granaat aan’. Einde onderzoek.”
“Maar waar kunnen mensen opeens niet door één deur? Op onderwijs? De staf en de minister?”
“Nee, dat is opgelost: tante Es gaat via de voordeur en die Schreeuwploeg gaat via de zijdeur. Klari toch? Geen problemen meer op onderwijsgebied?”
“Ja, toch wel. Een connectie van me, ze geeft Engels op het IMEAO, zegt dat de sektie Engels aldaar heeft beslist dat de nieuwe, met duur belastingsgeld gekochte methode Engels uit Holland niet gebruikt mag worden.”
“Wat? Da hoe dang? Wat gebruiken ze dan?”
“Een zelf opgestelde, vol plagiaat zittend stencil, onaantrekkelijk om te zien, laatstaan om uit te werken, volgepropt met theorie en geen praktische, op de hedendaagse internationale handelspraktijk gerichte oefeningen.”
“Wat? Dus die leerboeken Engels voor het IMEAO uit Holland kunnen op de brandstapel?”
“Zo te zien, want de vastgeroeste goden van de sektie Engels hebben zo beslist.”
“En wat heeft jouw collega gedaan?”
“Ze heeft een kwartaal lang uit die nieuwe leermethode gewerkt, heeft een toets van de methodeschrijvers uit Nederland gevraagd en gemaild gekregen, de resultaten waren heel goed, en toen kwam de rest van de Engelse sektie in opstand. Mijn collega moest dat oubollige stencil, wel intussen mooi vernieuwd, maar nog steeds verouderd, gaan gebruiken, want de methode uit Holland was te makkelijk, de toetsen te simpel en d’r cijfers te hoog.”
“Typisch die bananenkoloniementaliteit: je moet moeilijk doen tegen je leerlingen, moeilijke reps geven, alleen maar onvoldoendes produceren, dan ben je als leerkracht goed, dan geef je op niveau les, want geen hond snapt je.”
“Klopt. En deze middeleeuwse mentaliteit zie tot en met de universiteit. Docenten, de uitzonderingen natuurlijk niet te na gesproken, geven daar tentamens en van de vijftig studenten slagen er twee, nog wel met een piri-piri vijfkomma acht, en de rest kan het overdoen, sommigen al voor de derde keer.”
“En wat doet de leiding van de universiteit hiertegen?”
“Niets. Want anders raken ze hun geweldige docent kwijt, want die is enig in z’n soort in dit land van blinden, waar een hoop eenoogjes de bigi Gado spelen.”
“Loekoe joe srefi, bigi sopiman achter je glas.”
“Kijk naar jezelf, zatladder.”
“Hoor wie praat, uilskuiken.”
“Heren, heren, gaan jullie hier niet als Somo en Tjon toentertijd elkaar live op de Nederlandse tv te lijf.”
“Maar zeg dan nou: waar is er dan een deur opeens te smal geworden? Ik weet van niets.”
“Komt ervan als je meer in je glas dan in de krant kijkt.”
“Je begint weer, je begint weer!”
“De voorzitter van de RvC van de SLM kan niet meer door één deur met de directeur van de SLM.”
“Die SLM, dat sukkelend kind, grote potentie, maar knullig beleid vol eigen belangen en vriendjespolitiek.”
“Maar hun eten is lekkerder dan die flauwe hap van de Kee-El-Lem.”
“Maar wat is het probleem tussen Hensje en De Bruine?”
“A tori hensje. Het gaat om belangen, mi boi, bepaalde belangen onder het mom van het bedrijfs- of het algemeen belang.”
“Maar die carrier van ons zit al een tijdje in de rooie cijfers en kan daar maar niet uitvliegen”
“Omdat men daar maar niet het mes in kan zetten: een drietal gehuurde kisten en een paar honderd man en vrouw personeel? Da hoe ga je ooit op winst draaien?”
“Zelfs hun binnenlandse operations zijn opgehouden te bestaan en particulieren maken nu die hap daar.”
“Ik zeg je: geef me dat bedrijf om te runnen en ik draai die tent met zeven piloten, twintig man en vrouw kabinepersoneel en vijf administratieve krachten, tevens kabinepersoneel, drie directieleden en een gehuurd gebouwtje. Alle andere diensten stoot ik af of huur ik part time in. De rest van die honderden werknemers kan met vervroegd pensioen. Ik betaal ze dat ruim met de winst die ik dan als bedrijf maak.”
“Onmogelijk. Dan krijg je de vakbond tegen je.”
“Goed zo, daar zit de ene kern van dat ongezond eigen-belangenspel.”
“En je krijgt het management en wat politieke bonzen tegen je.”
“Daar zit het andere deel van die ongezonde profiteursclub.”
“Ach kom, je overdrijft. Je wil onze national carrier kapot, omdat je jouw belangen hebt verbonden aan een buitenlandse maatschappij, zogenaamd onder het mom van Open Sky.”
“Al zou dat zo zijn, luister goed mijn borrelvriend, voor wie is die zogeroemde national carrier van ons in de eerste plaats bestemd?”
“Voor het management dat van alle bedrijfsvoordelen geniet, maar niet eens kan zorgen dat wachtenden op Zanderij tenminste horen:’Mensen, en geen meti, de vlucht uit Nederland is vertraagd vanwege een noodstop, nee, geen noodlanding, een noodstap in Portugal vanwege een doodzieke passagier. Geen kip, hond, varken, rund, schaap, kat, muis of rat die dat aan de tientallen wachtenden kan mededelen. Niemand is te spreken, niemand neemt de telefoon op.”
“Die bekende ‘alleen maar de lusten, maar niet de lasten-mentaliteit.”
“Okay, genoeg geklaagd, oen lobi klage. Een keertje een noodstop en iedereen klaagt steen en been. Maar niemand had wat gezegd als het een Kee-El-Lem-flight was geweest.”
“Dat denk je. Die vertonen hier ook die neiging van onbereikbaarheid bij vertragingen. Dat kantoor van ze is dan te klein, vooral als er gestrande Surineds bijzitten. Die weten flink tekeer te gaan.”
“Okay, dus niet voor het management. Dan is het bedrijf voor het personeel dat constant IPB vliegt, ook al is er geen plaats beschikbaar, dan haalt men vol betalende passagiers zogenaamd vanwege overboeking uit de flight.”
“Hoor weer een loze aantijging; jij wil het nomo-nomo beeren voor onze national carrier.”
“Dus het bedrijf is er in de eerste plaats niet voor de luxe-directie, de bevoordeelde honderden werknemers, maar voor de...., ja, wie zegt het....”
“Voor de RvC-leden die aan de kant van Hensje staan en ook niet met hun voorzitter door één deur kunnen?”
“Nee. Het bedrijf is er ook niet terwille van hen.”
“Dan bestaat het bedrijf terwille van regeringsmensen die bijvoorbeeld opeens voor een snelle check-up naar het medisch wondercentrum Cuba moeten vliegen of naar het witwas-paradijs van die Obiahman in Centraal-Afrika”
“Nee mang, en zeg geen onverantwoordelijke dingen hier, onze national carrier is er ook niet in de eerste plaats om hen.”
“Da fo wie is dat bedrijf er?”
“Koebie! Denk toch even verder dan je glas vol is. Het bedrijf is er voornamelijk voor die duizenden passagiers die er elke jaar weer, ondanks de te hoge ticketprijs met dit vliegbedrijf vliegen. Voor al deze mensen is dit bedrijf er in de eerste en hoogste plaats. De rest zijn dienstverleners, die uit de opbrengsten betaald worden om te zorgen dat al deze duizenden mensen elk jaar weer veilig, comfortabel, met respect en op tijd vervoerd worden.”
“Maar de Esselem gaat niet opkunnen tegen die concurrentie als die Open Sky er komt.”
“Maar die Open Sky gaat komen, we hebben als land getekend en het zal zeker het belang van de consument dienen.”
“Ik zeg: zie het Telesur-effect. Daar duurde het toch ook jaren voordat de liberalisatie van de telecommarkt eindelijk werd doorgevoerd, want het belang van directie en werknemers van dat landsbedrijf telde zwaarder dan het belang van de honderdduizenden telecomgebruikers.”
“Ai, en wat zagen we toen die liberalisatie er eindelijk kwam?”
“Prijs saka, belminuut e prati.”
“Nieuwe mogelijkheden werden aangeboord, zoals de Hollandmarkt onder de Surineds.”
“Nieuwe toestellen werden geïntroduceerd, want de concurrent had die ook.”
“En de teveel ingekochte oude modellen bleven als kapitaalsvernietiging in het magazijn rotten.”
“Opeens had het hele land GSM-bereik, tot in het binnenland. Dat kon, dankzij de concurrent.”
“Sim-kaarten werden opeens veel goedkoper.”
“Allerlei voordeeltjes voor de klant; die kreeg eindelijk meer aandacht.”

“Mooi en waar, maar jij vindt zeker dat we al onze eigen bedrijven onder het mom van open markt moeten uitspelen aan het buitenland.”
“Zeker als die eigen bedrijven door mismanagement elk jaar voor miljoenen subsidie van de belastingbetaler moeten krijgen en kijk wat voor diensten zij diezelfde belastingbetaler leveren.”
“De Bruine zegt: als je geen allianties met grote maatschappijen aangaat, word je als kleine gewoon van de markt geveegd.”
“Die boodschap hebben die bakra’s begrepen; ze lieten zich op tijd inkopen door het grotere Air France en konden daardoor hun bedrijf afslanken.”
“Nu wil Air-France/KLM zelfs Alitalia overkopen.”
“Hoe lang gaat onze overheid nog duur belastingsgeld stoppen in dat bodemloos vat met desondanks zowat de hoogste ticketprijs per gevlogen kilometer ter wereld?”
“Is om al die bedrijfsluxe in stand te houden.”
“Schreeuw weer onverantwoordelijke dingen! Heb je bewijzen? Heb toch wat meer nationaal gevoel en trots.”
“Mijn nationale trots is dat ik met zo min mogelijk geld zo ver mogelijk moet kunnen vliegen als ik business moet doen of op vakantie wil gaan.”
“Laat die Open Sky komen, dan ga je net als toen met de telecommarkt en VeleZuur zien hoe opeens ticketprijzen omlaag gaan, allerlei features komen, zoals meer kilo’s als bagage, betere opvang van gestrande passagiers, anytime een ticket beschikbaar, tijdige informatie bij vertragingen, want de concurrenten doen dat wel.”
“Kijk hoe geïsoleerd we zijn qua luchtvaartverbindingen.”
“Terwijl Zanderij uitmuntend ligt als tussenstop en overstap voor lange-afstandsvluchten van en naar Azië en Afrika, bijvoorbeeld met die volledig dubbeldek-airbus uit Doebai.”
“Dan hoeven we niet eeuwig eerst naar dat Schiphol te vliegen als we naar Kaapstad, Doebai, Delhi, Singapore, Djakarta, Hong Kong, Shanghai of Seoul of Tokyo willen vliegen.”
“Ik zeg jullie: met een open sky-situatie vlieg ik jullie voor het zelfde geld dat jullie nu naar Schiphol betalen, tot naar Djakarta, met twee nachten hotel inbegrepen.”
“Ach, kletspraat, dronkemansgebral, visioenen, hallucinaties.”
“Dat zou je ook gezegd hebben als ik je tien jaar geleden had opgesomd wat voor voordelen de open telecommarkt ons als uitgebuite en achtergehouden consumenten zou opleveren.”
“Maar die luchvaartkwestie ligt nu op Baas’ bord.”
“Hij zal het Tantalusoordeel moeten vellen.”
“Nee zuiplap, het is het Salomonsoordeel vellen en een Tantaluskwelling ondergaan.”
“Voor welk belang zal hij kiezen?”
“Hopelijk niet voor een Gopiebelang.”
“Maar wanneer gaan we de alcoholmarkt liberaliseren?”
“Dommie, die is al lang open gegooid; kijk hoeveel merken sopie je in elke supermartkt tegen het voorglas vaak in de zon ziet staan rijpen.”
“Met ertussen gesmokkelde met vervalste belastingszegel erop, zoals in het binnenland.”
“Sopie ab vervaldatum?”
“No boi, a moro a verval, a moro ow beval.”
“Maar Basis had beloofd te stoppen met roken.”
“Misschien vraagt hij net als de Horeca-sector twee jaren respijt.”
“Hoe lang wisten ze al dat zo een wet in aankomst was? Al jaren. Allemaal grappenmakers bij elkaar.”
“Heren, hierbij verklaar ik dat ik stop met roken.”
“Als je ook nog stopt met drinken, gaat een deel van de overheid failliet, vanwege minder accijns-opbrengst.”
“Zullen we daarop toasten? Rook en drink erop los, dan verdient lanti een bos. Heren proost.”

Rappa