Ingezonden: De politie zoekt geld
21 Jan 2013, 16:00
12d5a83817f46e45eab52e7a293f2008.jpg
Diverse personen kregen in Coronie een bekeuring voor 'te hard rijden'.
Laat me beginnen met te stellen dat ook ik van mening ben dat de politie zijn werk moet doen. Maar dan moet dat wel op de juiste wijze geschieden. Regelmatig geven we les in het rijstdistrict. Afgelopen zaterdag, komende uit Nickerie, waren we de politiepost ‘einde Burnside’ amper gepasseerd of we worden weer gecontroleerd. Vijf minuten nadat ik mijn rijbewijs en autopapieren had getoond aan de dienstdoende agent en mijn naam was genoteerd in het boek van heen- en weer reizenden, werd ik wederom naar de kant van de weg gedirigeerd door een heer in grijs. Ik was verbaasd, want zojuist gecheckt.

De agent had een stapel papierstrookjes in zijn hand en informeerde me: ‘Er is zojuist geconstateerd dat u 70 reed waar u 50 mocht rijden. U bent geflitst.’
Hè? Te hard gereden? Geflitst? Ik?
Nu ben ik altijd degene die mannelijke chauffeurs aanmaant snelheid te minderen, ik betrap mezelf zelden of nooit op te hard rijden. En ik heb daar in al die 23 jaren dat ik hier rijd dan ook nog nooit een bekeuring voor gehad.
Ik werd gemaand uit te stappen en me naar de tafel met beambten te begeven, daar zou ik antwoord krijgen op al mijn vragen, zo verzekerde de agent me.
Dus ik naar de schrijftafel, ondertussen constaterende dat er zich al 10 chauffeurs in dezelfde positie bevinden als ik. ‘U reed te hard!’

Er is een bord onderweg waar 50 op staat, onze snelheid is gemeten en we waren allemaal aan het speeden. Ondertussen keek ik naar de weg en zag dat iedereen inderdaad, zonder uitzondering moest stoppen en de boete betalen. Ondanks mijn protesten week de politie niet van haar positie: u bent geflitst. ‘Maar waar is het bewijs dan? Is het gefotografeerd.’ ‘Nee mevrouw, dat doen ze in Holland, en u bent hier in Suriname.’ Ja, alsof ik dat niet weet. Mijns inziens zou het niet uit moeten maken in welk land je bent om bewijs van een overtreding te kunnen vergaren.

Bij een ongeval kijkt men naar de remsporen om aan te tonen dat de chauffeur te hard reed. Maar ondanks dat ik aangaf dat ik geen agenten met een flitsapparaat had gezien onderweg, weigerde men mij aan te geven hoe men zou bewijzen dat we allemaal te hard reden.
‘Als u bezwaar hebt, kunt u met zijn allen naar de rechter om protest aan te tekenen. U bent niet verplicht om te betalen’, voegde de beambte er nog aan toe.
Ook dat weet ik, maar we weten ook allemaal dat je dat minstens een hele dag kost, en daarvoor heb ik echt te veel werk. De ene agent vroeg de ander om mijn kwitantie uit te schrijven, ik stelde teveel moeilijke vragen en was te lastig. Iemand met argumenten tegen hun handelen zijn ze het liefst zo snel als mogelijk kwijt. Want natuurlijk stemde iedereen in met mijn gemopper, ook de nieuwe slachtoffers die zich inmiddels in de betaalrij hadden opgesteld.
Maar ook betaalden de meeste mensen hun boete van 80 Srd. Als gedweeë schapen waren we murw geslagen door zoveel opdracht van bovenaf en verbouwereerd dropen we af.
Daar ging mijn zuurverdiende geld. De politie was zaterdag toch echt niet mijn beste vriend!

Hilde Neus, docent Nederlands IOL

Thursday 30 October
Wednesday 29 October
Tuesday 28 October