Column: Politieke Borrelpraat (PBR) deel 130
06 Jan 2013, 19:30
6ae9e1fbaba9dcd51886936f8718f7df.jpg
“Heren proost op het nieuwe jaar. En hebben jullie deze uitsmijter al gehoord? ‘Jim s’a dok ien’a Hok è bok a Zies.”
“Heel legaal, heel transparant en heel oneerlijk heeft Jim Bok ien’a hok viermaal vergunning verleend ter verkenning van zo een 600.000 hectare Surinaams grondgebied aan de coming man van Staatsolie.”
“Poti Marc Maasdijk; dan moet hij zo eentje klaarstomen om over te nemen.”
“Neks transparant. Waarom wilde Jim Bok-A-Hok in assamblage en blamage dan geen openheid geven aan wie hij allemaal vergunningen voor het exploiteren van goud en andere mineralen heeft gegeven?”
“Is staatsgeheim. De kliek van de sekte van de Progressieve Arbeiders en Landbouwers OEnie weet dat het nu of nooit is. Baas mikt bij de volgende verkiezing op 26 en iets meer; dan kan geen enkele todo-prasoro splinter- en sektepartij hem chanteren.”
“Wat een regeercominatie: Kong-Foe-Njang & Bros. Het begon al met pimp-my-wagon en sit-mi-schoonzoon, toen sit-mi-grong-via-stichtingen van Holding Paul & Co, toen, toen, toen….”
“Bigi-bere njang pampoeng.”
“Toen kwam die spat-poeroe klap op de vuurpijl: 80.000 hectare houtkapexploitatie aan vriend-onderminister annex secretaris-meubelman, en toen als nabrander: 600.000 hectare exploratie vanuit de lucht.”
“Zij die zo schreeuwden en ophitsten tegen bakra basi en wit-mang sa bin buit oen uit en gwe nanga oen goedoe, graaien nu zelf en geven onze rijkdommen weg.”
“Kies oen mooi. Wij die maar gezapig in de stad zitten te njang-dringi-prisiriën en maar vuurwerk schieten, en niet goed doorhebben hoe anderen die wakker liggen, nuchter zijn en alle gaatjes en mazen in onze bejaarde rommelwetgeving kennen, heel legaal onze rijkdommen verpatsen.”
“En maar van die nietszeggende oudjaars- en nieuwjaarsboodschappen en opgepoetste jaaroverzichten geven, bar, catering en muziekje erbij, de benen losgooien, een dagje lol maken, ga naar huis je ros uitslapen tot volgend jaar. Intussen a slag naki en de buit is binnen.”
“En als die BTW-belasting straks komt: flink mopperen en gropperen en blopperen en klagen en vlagen en blagen en bij de volgende verkiezingen weer als een ren vol kippen zonder koppen gaan stemmen op de volgende pimp-my-friends-and-family kiesclub.”
“Ach, joe dati no’m taki: joe n’a rood lantaarn zonder licht. Omdat je steeds de boot mist en met lede ogen moet toezien hoe je vrienden zich flink vooruitwerken dankzij hun politieke connecties, daarom ageer, reageer, delibereer, attakeer en konfiskeer je zo.”
“En jij denkt en praat in wartaal en bartaal, maar niet in klaartaal.”
“Heren, heren, rustig.”
”Maar dit bevoordelen van vriendjes is al sinds de invoering van het algemeen kiesrecht schering en inslag. Deals swiengen met allerlei multinationals en daarbij dan een lekkers toucheren is niet iets van vandaag.”
“Is daarom het algemeen kiesrecht ingevoerd? Om onder het mom van ‘baas in eigen huis’ legaliteit te geven aan dit soort geknevel en geknoei? Da la we liever teruggaan naar het sensuskiesrecht en het capaciteitskiesrecht, want toch heeft dit volk nauwelijks geprofiteerd van het algemeen kiesrecht.”
“Inderdaad. Kijk hoevele hardwerkenden nog aan modderwegen zonder stroom en waterleiding wonen en hoe weinigen dankzij datzelfde algemeen kiesrecht zichzelf fiks gezegend hebben, in naam van datzelfde arm en verdeeld gehouden volk.”
“Zelfs voor een armzalige verhoging van de AOV was er geen geld, maar voor andere dingen is er wel volop geld.”
“Wat voor dingen, wat voor dingen, maak je insinuatie hard, mang!”
“Ik noem maar even het voornemen van zoveel miljoen euro voor een gebouw van de Surinaamse ambassade in Parijs.”
“Maar wel sjwaaien met fly-overs, vierbaanshighways, bruggen over grensrivieren, maar de grootste nood, de woningnood, blijft.”
“We kunnen niet moeven, omdat alle bruikbare bouwgrond in handen van speculanten is gekomen.”
“Is dat mijn schuld? Heb ík dat oogluikend toegestaan?”
“En kijk nu, Ome Paul Pienter maakt openlijk bekend dat hij goedkopere woningen dan de overheid kan leveren.”
“En natuurlijk gaat het bij hem niet om de regering te beconcurreren, nee, echt niet. Het gaat om het inspelen op een behoefte van de samenleving.”
“En hij gaat een mega-sjupermarket met drie verdiepingen neersjetten, waarin veel meer goedkopere artikelen verkrijgbaar sjullen sjijn dan die sjogenaamd goedkopere van nu.”
“Ome Paul zegt:‘Dat isj ook geen concurrentie voor de huidige importhandel, dasj ook insjpelen op een dringende behoefte.”
“Ik zeg: dat is zware politiek die naar het volgende presidentschap moet leiden.”
“Ach nee, dat zal nooit gebeuren, Papa Djawa Paul Pienter als volgende president? Ach nee, kom nou.”
“Waarom kan dat niet? Jij en nog vele anderen gaan toch thuis blijven en niet stemmen bij de volgende verkiezingen, want jullie zijn toch teleurgesteld in de politiek? Wel, blijf dan maar lekker thuis en zie toe hoe degenen die wel gaan stemmen ome Paul tot president gaan kiezen, want hij biedt goedkope woningen met grond en goedkope verbruiksartikelen.”
“Inderdaad, daar zeg je wat. Hij kan geven wat de grootste regeringspartij maar niet kan waarmaken, ondanks groot feest op de berm.”
“Dat zeg je omdat je jaloers bent op ons vernieuwd partijcentrum met kuipstoeltjes en glitterbol aan het plafond.”
“Maar ome Paul heeft ook z’n partijcentrum annex ontspanningsruimte annex discotheek annex pijpleidingen van de oliesteiger.”
“Die gaan deels ondergronds. Klaar is Kees en weg is Def.”
“Def taki: die Paul liegt alsof het gedrukt staat, dat terrein is van Havenbeheer.”
“Paul tak: ‘ik reageer niet op een dode.’ Die dikke man is geen heer meer van Havenbeheer, dat doet zeer, keer op keer, maar Paul de Beer, eens in de leer bij Jopie-Popi van weleer, laat geen veer, maar gaat weer voor meer en kijk niet neer op deze peer.”
“Waw, jij wint zeker de poewema-battle van Tori Soso.”
“Ik zeg jullie: hij heeft het in zijn hoofd gezet om de eerste Djawa-president van Suriname te worden, hij met de zwart geverfde haren, hij die stierf en weer geboren werd, hij met een machtige troef in handen, die zelfs de regering niet heeft: hij heeft bouwgrond, honderden hectaren via tientallen stichtingen.”
“Maar mijn hemel, als hij president wordt, vertrek ik uit dit land.”
“Dat zou heel stom zijn. En waar ga je heen? Naar het verpauperend Europa? Naar de failliete USA? Boi, als je weg wilde, moest je dat met die boot van ome Paul vol opgelichte oudjes in 1975 hebben gedaan. Nu het eindelijk een beetje goed gaat met onze economie, wil je weg omdat Papa Paul Pienter Perdjaja pres kan worden?”
“Misschien wordt hij de beste. Gewiekst, sluw en geslepen is hij in elk geval.”
“Hij maakt dit land tot één grote tjekre-tjekre-tent.”
“Als je naar het aantal casino’s en lotto-spelen kijkt, zijn we daar niet ver vanaf.”
“Maar dan gaat dat gesjoemel blijven, dat gerommel, dat gedommel, dat gebommel.”
“Dat zal zeker blijven, wie ook daar komt of daar blijft.”
“De kiezers moeten laten zien dat ze wanbeleid steeds afstraffen, al breng je een ander wanbeleid aan de macht. Die vorige is dan in ieder geval weg.”
“Inderdaad, als de kiezers dat na elke vijf jaren duidelijk laten zien, dan gaan politici die eenmaal met moeite aan de macht zijn gekomen, wel opletten dat vriendjes om hun heen niet te openlijk, te snel en te grof gaan happen in ’s lands rijkdommen.”
“Dan zou ome Paul Pienter, de wedergeborene, inderdaad het minst slechte alternatief zijn.”
“Daar proosten we op in het nieuwe jaar. En heren voorzichtig straks. Er is al een verkeersdode gevallen.”
“Plus al een vrouw, waarschijnlijk door haar partner vermoord.”
“Doodstraf, doodstraf, doodstraf.”
“De dood is geen straf! Blijven leven is een straf.”
“Maar ze eisen doodstraf voor die groepsverkrachters in India.”
“Zonde. Gewoon de strenge Oosterse wetten op die kl&%$*ken toepassen. Meneer, je hebt weer gestolen: hand eraf. Na een jaar steel je weer: andere hand eraf. Ie k’ba foeroe.”
“In het westen had men in de middeleeuwen ook zulke straffen, zoals in-vieren-delen, en ze hadden effect.”
“Net als het brandmerken van recidivisten. Meneer, je hebt weer geroofd? Je krijgt een grote R van Rover op je voorhoofd.”
“O, vandaar die uitdrukking: het staat niet op zijn voorhoofd geschreven.”
“Juist, jongste in ons midden, zie je dat je weer wat van deze ouwe zuiplappen hebt geleerd?”
“Maar deze straffen zijn toch onmenselijk, zijn stigmatiserend en barbaars?”
“Is dat wat die groepsverkrachters in India hebben gedaan dan niet onmenselijk en barbaars? Ze zetten hun hele land wereldwijd te schande.”
“Is goed voor dat land. Kijk hoe laks de corrupte politie, de omstanders en de regering op deze groepsverkrachting en eerdere gevallen hebben gereageerd. Zelfs een van hun bekendste acteurs zegt zich te schamen Indiër te zijn.”
“Ik vond het voorstel van castratie goed. Weghalen dat apparaat, dan verkracht je nooit meer. Klarie.”
“Nee mang, dat is verschrikkelijk, dat is erger dan dierlijk, dat is…”
“Neks no fout. Dat is de straf voor wat je gedaan hebt met dat arme meisje. Hetzelfde met kinderverkrachters: netjes weghalen dat ding, dan kan je geen kindertjes meer mollen.”
“Tegen eentje van 71 jaar is onlangs 10 jaar gevangenisstraf geëist wegens het seksueel misbruiken van zijn stiefdochters.”
“Waar? Ook in India?”
“Nee mang, dat is in Suriname.”
“Dan vond die vieze owpa: ‘Jullie doen zomaar dingen met me.”
“Elke week lees je in de krant een paar rechtszaken met dit soort viezeriken in de hoofdrol.”
“Ma la we eerlijk zijn: kinderen worden wel lekkertjes verwekt, maar de zorg over hen laat vaak te wensen over.”
“Vader laat zoontje bij een weet-ik-veel-gezin met een man die bekend staat als een driftkikker en het kind, vermagerd en al, wordt midden in de nacht lam geslagen. Blijvend hersenletsel. Dit is natuurlijk niet goed te praten, maar waar waren de ouders? Waarom laat je je kind bij zo iemand. Is je eigen kind je teveel?”
“Inderdaad. Kinderen worden teveel aan de zorg van vreemden, dus geen grootouders of zo, toevertrouwd, of worden alleen thuis gelaten en dan gebeuren de gekste dingen.”
“Maar als je geen oppas hebt? Je kan je kind toch niet overal met je meesjouwen.”
“Dan moet je maar je feestjes en dansies een tijdje opofferen ten gunste van je kind.”
“Ik ken gelukkig genoeg ouders die hun tijd en pleziertjes opofferen ten gunste van hun kinderen.”
“Maar ik ken er helaas ook velen die daartoe niet bereid zijn en er niet voor berekend zijn. En dan zit de gemeenschap met dat sociaal probleem dat daar opgroeit.”
“Zoals die ene die op school alle juffen gek maakte.”
“Tja, kijk hoe dat is afgelopen. Niet zo best. Maar is dat de schuld van de juf? Of van de ouders die van opvoeding geen kaas hebben gegeten en denken dat zoet houden en verwennen of maar schreeuwen en alles verbieden opvoeding is?”
“Om een auto te rijden, moet je maandenlang, soms langer ploeteren en allerlei kennis en vaardigheden tot je nemen, maar om een kind op te voeden, hoef je nergens getest of opgeleid te worden.”
“Tja, mijn jonge vriend, dat is de realiteit. Vandaar dat in sommige samenlevingen de overheid kinderen door getrainde en ervaren mensen laat opvoeden.”
“No mang, dat zijn staatsopvoedingsgestichten, no mang, dat is fascisme, communisme, dictatuur, hersenspoelen.”
“En wat is dat andere? Dat maar à la dol zonder normen en waarden, zonder discipline en enige tucht kinderen laten opgroeien?”
“Heren, laten we opvoeding laten, want wij zijn als borrelaars ook niet een lichtend voorbeeld voor opgroeiende jongeren.”
“Maar al mijn kinderen zijn inmiddels het huis uit en zijn wat geworden.”
“De mijne ook.”
“Die laatste van mij maakt dit jaar eindexamen.”
“Dus, daarom kunnen we nu een borreltje gebruiken. En jij, jongste in ons midden, jij hebt nog kleine kinderen. Een dagje in de week met ons ontspannen, okay, maar voor de rest: denk aan je gezin.”
“Doe ik zeker, doe ik zeker.”
“Dan proosten we daarop: op de zorg voor onze kinderen.”

Rappa

Friday 31 October
Thursday 30 October
Wednesday 29 October