Asabina: “Gajadien heeft mij aan zijn kant”
03 Jan 2013, 11:30
c687301be8101c5808c4b3f12b3ee65a.jpg
Ronny Asabina
“Ik blijf erbij dat het beleid van deze regering niet transparant is. Vriendjespolitiek, regelarij en favoritisme vieren hoogtij. Ik heb ook indringende vragen in het parlement aan de regering gesteld over de wijze waarop en de mate waarin met onze natuurlijke hulpbronnen wordt omgesprongen. Tot op heden wacht ik op de antwoorden.” Zo reageert parlementariër Ronny Asabina (BEP) op de aanval van minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen op collega-parlementariër Asis Gajadien.

“Het is niemand anders dan de vicepresident die op een concrete vraag van mij om het parlement een overzicht te geven van de uitgegeven goudconcessies sinds de aanvang van de activiteiten van de Commissie Ordening goudsector, gespecificeerd naar rechthebbende, grootte, recht, district en locatie, doodleuk in het parlement als antwoord aangaf dat ik een afspraak moet maken met het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen,” zegt Asabina. “Het is namelijk de bedoeling dat na verkregen toestemming ik inzage zal krijgen in de dossiers.”

De volksvertegenwoordiger blijft erbij dat er op heel wat vragen in het parlement niet is ingegaan. Hij vindt dat zowel de coalitie-fractie als de regering abnormaal veel heeft gesproken over de positieve economische indicatoren inclusief de positieve monetaire ontwikkelingen. “Ontwikkelingen die ze toeschrijft aan het ‘prudent en doortastend beleid’ van deze regering. Echter is op geen enkele manier antwoord gegeven op de vraag als het consumentenvertrouwen is toegenomen, als het ondernemersvertrouwen is toegenomen, als het besteedbaar inkomen of zo u wil de koopkracht is toegenomen, als de productiviteit is toegenomen als de groei van de belastinginkomsten het resultaat is van een verbeterd belastinggedrag of dat de toename slechts kan worden toegeschreven aan een handje vol bedrijven, die genieten van de gunstige marktprijzen in de goud en aardolie branches.”
Asabina merkt op dat hij niets meer van de president heeft vernomen over zijn toegezegde uitnodiging om hem te informeren over de ontwikkelingen in de kleinschalige goudsector “evenals mijn visie over de ordening van deze branche.”

Speculeren
Hij noemt de bejegening van het parlement door de regering schandelijk, immoreel, onbehoorlijk en zorgwekkend. “Ik blijf erbij dat transparantie ver te zoeken is bij deze regering. Ik vraag me af of de regering het met mij eens is dat een regering moet uitblinken in geloofwaardigheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid.”

Waarover Asabina ook valt is dat de regering zich wel als een koning opstelt in de uitverkoop van onze natuurlijke hulpbronnen, waarbij ze niet ervoor schroomt om bestaande wetten met de voeten te betreden. “Erger nog, merken wij dat de rode loper wordt uitgerold voor vreemdelingen om onze natuurlijke hulpbronnen te exploiteren. Het is triest waar te nemen dat Surinamers in groten getale en in de rij niet (meer) bereid zijn hun verkregen concessies zelf te exploiteren, maar deze verhuren, verkopen en of aandelen overdragen aan buitenlanders. Wij zijn bezig te speculeren.”

Voor het gerecht slepen
De BEP-parlementariër wijst daarbij op de steeds toenemende Aziatische invasie die zich al een tijdje voltrekt in het land. Het lijkt alsof wij geen jeje, geen eer meer hebben, stelt hij. “Zonder eer hebben wij als soevereine natie niets en nogmaals niets te bieden aan de wereld.” Hij vreest dat deze ontwikkelingen de soevereiniteit van het land op termijn zullen aantasten.

Asabina is bezig om met juristen na te gaan wat de mogelijkheden zijn om als burger de Staat Suriname voor het gerecht te slepen. Hij zegt dat hij als echte Srananman niet kan meemaken hoe uitverkoop van onze natuurlijke hulpbronnen plaatsvindt, hoe bestaande wetten openlijk met de voeten worden getreden en hoe ons milieu wordt vervuild.

“Alsof dit niet genoeg is vertikt de regering het om in te gaan op vragen die betrekking hebben op deze onderwerpen. Ik blijf erbij, collega Gajadien heeft mij aan zijn kant, de minister moet en kan het vraagstuk niet bagatelliseren.”