Column: De verrassing van de EBG
22 Oct 2012, 13:00
foto


Afgelopen zaterdag was ik te gast bij de Evangelische Broeder Gemeente in Nederland. Ik was uitgenodigd om te spreken op een drukbezochte conferentie getiteld Keti Koti 1863-2013. Het een onvergetelijke ervaring. De conferentie was van vrijdag tot en met zondag.

Mijn beeld van de EBG is gevormd vanuit twee bronnen. De informatie van buiten de EBG. Die informatie heeft bij mij het beeld geschapen van een conservatieve club, die meegaand is met het gezag en niet voorop loopt bij maatschappelijke veranderingen.
De tweede bron is van individuele EBG’ers die ik ken en het tegendeel zijn van het eerste beeld.

De conferentie was een eye-opener omdat ik daar voor het eerst de worsteling zag die zit in zowel de individuen als de organisatie als geheel.
De sociologe Ruth Dors hield een buitengewoon boeiend betoog waarin ze uitlegde dat de EBG tijdens de slavernij zelf ook tot slaaf gemaakte Afrikanen in bezit hadden en het koloniale gezag ondersteunde. Ze gaf aan dat er ook EBG’ers waren die tegen slavernij ageerden, maar ze verzweeg niet die donkere kant van de geschiedenis.
Dors gooide de knuppel in het hoenderhok. Afrikanen zijn hun identiteit ontnomen en de EBG heeft actief meegewerkt aan dat proces. Wordt het niet tijd om ook de godsdienst te dekoloniseren en dat onrecht te herstellen? Moeten Afrikaanse elementen worden geherwaardeerd in de religie?

Hier is het dilemma, zoals een jonge EBG’er mij dat schetst: “Ik ben Christen uit volle overtuiging. Ik beschouw de Bijbel als leidraad in mijn leven. Ik vind het verschrikkelijk wat mijn voorouders is aangedaan en erken ten volle dat het Christendom daarin een kwalijke rol heeft gespeeld. Ik geloof niet in verschillende Goden, maar in één God. Hoe moet ik mijn Christelijke overtuiging nu combineren met de erkenning van dit onrecht? Schend ik nu de nagedachtenis aan mijn voorouders als ik mijn geloofsovertuiging uitdraag of schend ik mijzelf als ik zou instemmen met het toelaten van niet-christelijke elementen in mijn geloof.”

Die jongeman heeft me enorm geraakt door zijn integriteit. Hij loopt niet weg voor het dilemma maar legt de discussie op tafel in al zijn kwetsbaarheid. Ja, hoe moet je hiermee omgaan?
Ik ben geen gelovige. Maar ik probeer me te verplaatsen in zijn schoenen. Hoe zou ik hiermee omgaan? Aan de ene kant klaag ik het kolonialisme aan voor haar misdaden inclusief de misdaad van mental slavery. Aan de andere vind ik dat mensen integer moeten zijn en alle ruimte moeten krijgen om hun geloofsovertuiging uit te dragen. Stel dat de originele Afrikaanse religie meerdere Goden kent, wat volledig in tegenstrijd is met het geloof dat er één God is? Hoe kun je dat combineren? Ik heb ook geen oplossing, maar zou het zoeken in het propageren van de vrijheid van godsdienst. Laat iedereen zijn ding doen en iedereen de ruimte hebben om dat te kunnen doen. Maar wat als je godsdienst voorschrijft dat je de blijde boodschap van de heer moet verkondigen en dus zending moet bedrijven. En zending houdt in dat je waarschuwt tegen heidense invloeden. Wat dan?

Dit was niet de enige vraag die aan de orde kwam. Moet de kerk haar excuses aanbieden voor het slavernijverleden? Als de kerk in Suriname geleid wordt door zwarte mensen, moeten zwarte mensen dan excuses aanbieden voor het slavernijverleden. “Niet als persoon, maar namens het instituut,” legt een andere EBG’er uit.

Ik was verrast door de veelheid van zulke vragen, die bediscussieerd worden zonder enige schroom, zonder de gedachte dat het eigenlijk niet mag en de kerk afbreekt in plaats van opbouwt.
Het deed me denken aan de Amerikaanse burgerrechtenbeweging waar Christelijke predikanten als Martin Luther King een leidende rol speelden. Zij vormden een voorhoede die de weg wees niet alleen voor de emancipatie van Afro-Amerikanen, maar ook voor de emancipatie van blanke christenen die onder ogen moesten zien wat ze eeuwenlang niet wilden erkennen: dat de leiders van het christendom medeschuldig waren aan een misdaad tegen de menselijkheid.

We leven in een tijd van verandering, een tijd waarin identiteit en geschiedenis een belangrijke issue is. We zien het op het gebied van de godsdienst, de cultuur, het onderwijs en zelfs in de politiek. Onlangs verraste Curaçao ons. Daar werd de onafhankelijkheidspartij bij de verkiezingen de grootste partij.
Het heeft te maken met twee zaken die op elkaar inspelen. Een groeiend zelfbewustzijn bij mensen die ooit gekoloniseerd waren en soms nog in hun mind zijn. En de ineenstorting van de koloniale racistische ideologie van de superioriteit van de witte mens. Die ideologie komt tot uiting in godsdienst, cultuur en politiek. En dat laatste is niet alleen in de PVV. In 'De Volkskrant' van 19 oktober 2012 zegt de beruchte Gert Oostindie naar aanleiding van de verkiezingen op Curaçao: “Je hebt op Curaçao een grote onderklasse. De mensen komen niet vooruit, ook omdat ze slecht Nederland spreken. Nederlandse horeca-ondernemers hebben liever stagiaires uit Nederland dan arme Antillianen. Dat veroorzaak veel ressentiment: de Antillianen zien zichzelf als de losers die weer door Nederlanders worden onderdrukt.” Racistischer kan het niet.
Op Antillen spreken ze Papiamento. Dan komt een Hollandse ondernemer en zegt: ik eis dat je mijn taal spreekt als ik jouw land kom werken. Oostindie vindt dat vanzelfsprekend. En als de Antilliaan boos wordt, dan noemt deze witte professor hen losers, zoals de koloniale ideologie vroeger alle zwarte mensen “dom” en “achterlijk” noemden.

De weerzin tegen zoveel arrogantie en racisme is één van de redenen voor de roep voor decolonizing the mind. Zou de verrassing van de 21ste eeuw in Suriname zijn dat uit geheel onverwachte hoek - namelijk de kerken – een nieuwe voorhoede zich vormt in de discussie over de erfenis van het slavernijverleden en decolonizing the mind?

Sandew Hira