IGSR houdt lezing over ‘opstand van Mariënburg 1902’
30 Jul 2012, 02:00
0af9185908ccb7b385f892cfdcf0ef1f.jpg
De historicus Maurits Hassankhan houdt vanavond een lezing over de ‘opstand van Mariënburg 1902 en haar betekenis voor de Surinaamse samenleving’. Deze activiteit wordt georganiseerd door het Institute for Graduate Studies and Research (het IGSR) van de Anton de Kom Universiteit in samenwerking met het Instituut voor Maatschapij-Wetenschappelijk Onderzoek (IMWO).

Voorafgaand aan de lezing wordt door Jerome Egger, namens het IMWO, het derde nummer van het tijdschrift His/her Tori aan het publiek gepresenteerd. Dit nummer is hoofdzakelijk gewijd aan de ontwikkeling van het geschiedenisonderwijs en geschiedbeoefening in Suriname. Het hoofdartikel is van de hand van Eugene Gessel, de oprichter van de opleiding Geschiedenis aan het Instituut voor Opleiding van Leraren en politieke commentator, tevens leermeester van vele intellectuelen in Suriname.

Samenvatting lezing
Op 30 juli 1902 werd Suriname opgeschrikt met het bericht dat de dag ervoor op 29 juli een opstand was uitgebroken op de plantage Mariënburg waarbij een woeste menigte arbeiders van de plantage de directeur Mavor had vermoord. Er ging een schok door het land, althans in kringen van de elite en de middenklassen.. Wat zou er worden van Suriname zonder Mavor? Wat moest men doen met de Brits Indische koelies die zo ondankbaar waren dat zij hun weldoener Mavor hadden vermoord? Mavor was niet alleen directeur van Mariënburg, maar ook Agent van de Nederlandse Handelmaatschappij, die in Suriname de grootste plantage-eigenaar was. Ook had de maatschappij belangen in de goudsector. Mavor was in invloedrijke kringen bekend als een hardwerkend persoon, die zeer invloedrijk was en zonder wie Mariënburg niet kon draaien. Hij had altijd een goed oor voor de Brits-Indische immigranten , aldus het algemeen beeld dat via de media en officiële documenten bekend was.

In die dagen wilde iedereen weten wat de directe aanleiding is geweest van deze opstand. Hoe kon het zover komen? In de kranten en in planterskringen speculeerde men op basis van de informatie die dat toen beschikbaar was. In planterskringen was men ervan overtuigd dat de klachten van de arbeiders over te laag loon ongegrond waren, immers verschillende onderzoekscommissies bestaande uit deskundigen hadden reeds verklaard dat de lonen op Mariënburg hoger waren dan het officiële tarief van taken en lonen.. Dit tarief was volgens het immigratieverdrag van 1870 de basis boor de vaststelling van de lonen der contractarbeiders. In de samenleving waren er ook velen die vonden dat de koelies vertroeteld werden door de koloniale autoriteiten ten koste van de creolen, die niet die aandacht kregen die zij verdienden. Een van de directe gevolgen van de opstand was dat er een “anti-koelie” stemming ontstond in verschillende lagen en kringen van de samenleving en dat de overheid nu al het mogelijke moest doen om de immigratie uit Brits Indië te vervangen door immigratie uit Java.

Keerzijde medaille
De andere kant van het verhaal is dat de planters contractueel verplicht waren de immigranten een minimumbedrag van 60 cent per dag te betalen, ongeacht hoeveel werk verzet was. Taakwerk werd tegen de wil van de immigranten opgedragen, waarbij sommigen, maar lang niet allen, meer dan het minimumloon konden verdienen. Een ander gegeven is dat de lonen vaak in perioden van recessie eenzijdig werden verlaagd. Protesten hielpen niet, omdat volgens de ingestelde commissies van deskundigen de lonen hoger waren dan het wettelijk vastgestelde tarief uit 1861.

In zijn inleiding zal Hassankhan niet alleen de gebeurtenissen op 29 , 30 en 31 juli 1902 aan de orde stellen, waarbij een groep rietkappers weigerde te werken voor het loon dat zij die week ontvingen en die uitmondden in de moord op Mavor op 29 juli en een opstand tegen de autoriteiten toen een leger- en politiemacht naar Mariënburg werd gestuurd om de daders te arresteren en de rust en orde te herstellen.
Op 30 juli vond een botsing plaats tussen de met houwers gewapende immigranten en de militaire macht, toen de immigranten hun de gevangen genomen collega’s wilden bevrijden. Hierbij vielen meer dan 20 doden en tientallen gewonden.

Diepere achtergronden
Hassankhan zal niet alleen de vraag beantwoorden wat de directe aanleiding was van deze noodlottige gebeurtenissen. Hij zal ook ingaan op de diepere achtergronden van het verzet van contractarbeiders tegen vermeende onderdrukking. Hij zal proberen een verklaring te vinden voor het feit hoe het komt dat schijnbaar willige en onderdanige Brits Indiërs konden overgaan tot gewelddadige acties als aanslagen op opzichters en directeuren van plantages en confrontaties met het overheidsgezag..
• Wat zijn de redenen geweest waarom zij op bepaalde personen botsing met de gewapende machten trotseerden, hoewel zij van te voren wisten dat zij bij elk gewelddadig treffen het onderspit zouden delven?
• Waarom hebben de immigranten Mavor vermoord?
• Was het alleen een zaak van te zware taken en te lage lonen of speelden ook andere motieven een rol? Wat is er waar van het verhaal dat Mavor intieme relaties onderhield met vrouwen van immigranten?
• Als dit waar is, waarom zwijgen de officiële bronnen hieromtrent? Hoe komt het dat de kranten van toen, die de rechtszaak uitgebreid hebben behandeld, geen melding maken van deze relaties. Speelden zij onder één hoedje met de koloniale autoriteiten?

De inleider zal ook nagaan wat de gevolgen van de opstand op Mariënburg voor de Surinaamse samenleving op korte en langere termijn is geweest, zoals voor Mariënburg zelf, de immigratie van contractarbeiders en voor het immigratiewezen.

Maurits S. Hassankhan is historicus verbonden aan de Universiteit van Suriname. Hij is momenteel opleidingscoördinator van de Masteropleiding geschiedenis bij het IGSR en is tevens belast met de voorbereiding van de studierichting geschiedenis bij de (Sub) Faculteit Humaniora van de Universiteit van Suriname. Hij is sinds 25 jaar, met korte onderbrekingen, bezig met onderzoek over immigratie van contractarbeiders, toegespitst op het onderwerp verzet. In zijn inleiding zal hij ook een schets geven van de stand van zaken van historisch onderzoek op dit gebied en waar de voornaamste bronnen zijn waaruit men gegevens over dit onderwerp zal kunnen halen.

De lezing wordt vanavond om 19.30 uur gehouden in de Aula van het IGSR, Universiteitscampus (Staatsoliegebouw).